Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!
Achtergrondinformatie

Voorbeeld werkinstructie Verkeersveiligheid op het bedrijfsterrein

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Veilig verkeer op het bedrijfsterrein is voor iedereen belangrijk, ook voor u. Daarom gelden er op het bedrijfsterrein regels voor werknemers, tijdelijke werknemers, contractors, bezoekers en andere derden. Daarom is deze voorbeeld werkinstructie met verkeersregels voor het bedrijfsterrein opgesteld.

De volgende regels zijn op het gehele bedrijfsterrein van toepassing.

Zorg ervoor dat u steeds 100% alert bent en niets uw aandacht afleidt van de verkeersveiligheid.

Op het gehele bedrijfsterrein geldt de Wegenverkeerswet.

Respecteer de aanwijzingen van de verkeersborden.

Op het gehele terrein geldt de maximum snelheid van xx km/uur [het voorschrift uit de omgevingsvergunning of het bedrijfsreglement dient te worden gevolgd], tenzij anders is aangegeven.

In rijdende voertuigen is het niet toegestaan om te roken, te eten of te drinken. De eventuele navigatie of boordcomputer mag alleen bediend worden wanneer het voertuig stilstaat. Alle voorwerpen die het zicht van de chauffeur belemmeren, zijn verboden en worden uit het voertuig verwijderd.

Alle gebruik van mobiele geluidsdragers en mobiele apparaten zoals telefoon, smart phone, I-pad, notebook, tablet, mp3-speler, I-pod, radio, 27 MC's en andere audio/video-spelers, is strict verboden in alle verkeerssituaties, waaronder het bedienen van machines, het besturen van een voertuig of verplaatsingen als voetganger. U dient te allen tijde goed geconcentreerd te zijn op de omgeving om eventuele gevaarlijke situaties tijdig te zien en/of te horen.

Het is een chauffeur alleen toegestaan te telefoneren zolang het voertuig op de handrem stil staat op een veilige plek zoals een parkeerplaats. Tijdens het rijden mag een chauffeur alleen 'handsfree' via gebeld worden; in het laatste geval dient het gesprek zeer kort te worden gehouden.

De routing wordt zo gekozen dat lastige situaties en achteruit rijden vermeden, en in elk geval tot het minimum beperkt wordt. Juist bij achteruitrijden ontstaan de meeste schades. De chauffeur dient altijd goed zicht op de omgeving te hebben via spiegels en eventuele camera's. Indien het zicht op de omgeving beperkt is, en zeker bij het achteruit rijden, stapt de bijrijder, indien deze aanwezig is, verplicht uit. Hij geeft de chauffeur duidelijke aanwijzingen. Blijf bij het gidsen altijd op afstand van de wagen en in het zicht van de spiegels.

Maak nooit gebruik van de aanwijzingen van een toevallige, onbekende omstander. In specifieke locaties moet de bijrijder in de cabine blijven en is uitstappen verboden. Als uitstappen verboden is, mag de bijrijder niet gidsen; houd je aan de lokale regels.

Raadpleeg voor vragen of opmerkingen de leidinggevende of contactpersoon.

Registratie en archivering

wat wie waar hoe lang