Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 van activiteit E (shovel of sorteerkraan in een hal) en situatie 3 van activiteit K (shovel tijdens het breken van puin in een brekerhal) namelijk:
DME
Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 van DME-blootstelling bij voertuigonderhoud namelijk:
Deze maatregel is van toepassing op dieselaangedreven voertuigen waarvan de motor stationair draait tijdens het laden en lossen in een omsloten ruimte zoals een loods, magazijn of op- en overslaghal. Het stationair draaien is nodig om bijvoorbeeld de autolaadkraan of kraakpersunit te bedienen. Of er zit een aparte dieselaangedreven motorunit op de vrachtauto die voor een pomp (bijvoorbeeld tanktransport) wordt gebruikt.
Deze maatregel is van toepassing op dieselaangedreven voertuigen die de motor alleen gebruiken voor het inrijden en verlaten van een omsloten ruimte zoals een loods, magazijn of op- en overslaghal; de dieselmotor is uitgeschakeld tijdens het laden en lossen.
Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 namelijk:
De bestelwagens en vrachtauto's met een EEV of Euro-5 motor of lager zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.
De dieselaangedreven hef- of reachtruck met een lastcapaciteit vanaf 8 ton voor gebruik binnen of buiten heeft een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

