Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

DME

Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME in een hal

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In hallen zoals de composteerhal, de brekerhal, de sorteerhal en de opslag- en overslaghal worden shovels en kranen gebruikt waardoor er blootstelling aan dieselmotoremissie voorkomt. Op de dieselaangedreven motoren van vrachtwagens bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is DME bij laden en lossen van toepassing.

Composteerhal

In veel composteerbedrijven worden in een hal organische afvalstoffen gecomposteerd. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het gft-afval op de juiste plaats brengen, de composteerinstallatie te voeden en compost weer af te voeren. Een probleem bij de metingen van DME in composteerinstallaties is de verstoring van de metingen van elementair koolstof (EC) door de in compost aanwezige organische en elementaire koolstof, hetgeen blijkt uit diverse onderzoeken.

Brekerhal

Bij een beperkt aantal bedrijven wordt puin inpandig gebroken. De brekerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de brekerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van het puin en het recyclinggranulaat worden shovels gebruikt. Shovels wordt gebruikt om de brekerinstallatie te voeden en de afvoer van recyclinggranulaat te verzorgen.

Sorteerhal

In veel bedrijven worden in een sorteerhal afvalstoffen gesorteerd. De sorteerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de sorteerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het afval op de juiste plaatst brengen, de sorteerinstallatie te voeden en gesorteerde monostromen weer af te voeren. Kranen worden gebruikt om afvalstoffen te sorteren en de sorteerinstallatie te voeden.

Op- en overslaghal

In overslaghallen worden bijvoorbeeld de gestorte afvalstoffen met behulp van shovels en sorteerkranen overgeslagen in containers of vrachtauto’s. De shovels zijn vaak niet alleen gebonden aan de overslaghal, maar rijden ook elders op het terrein. De sorteerkranen werken voornamelijk in de overslaghal en verplaatsen zich over korte afstanden tussen de sorteervakken.

Op het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is van toepassing: DME bij laden en lossen.

Beschrijving van het risico 

In de hallen van brekerinstallaties, sorteerinstallaites, composteerinstallaties en overslaghallen gelden de volgende situaties.

Situatie 1

De afvalstoffen worden rechtstreeks in de containers voor aftransport gestort of de afvalstoffen worden met behulp van een elektrisch aangedreven sorteer- of portaalkraan overgeslagen of een krachtstroom aangedreven brekerinstallatie, sorteerinstallatie of composteerinstallatie.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslag op de uitlaat.
  • De shovel en sorteerkraan zijn voorzien van een Stage 3b of een Tier 4 motor.
  • De shovel en sorteerkraan met een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zijn voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen: gebruiken overdrukcabine bij DME en alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.

Bij gebruik van een dieselaggregaat in een hal zie: blootstelling aan DME in overige situaties.

Situatie 3

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel of sorteerkraan heeft een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen voor activiteit E (werken met shovels en sorteerkranen in op- en overslaghallen) en activiteit K (gebruik van dieselmotor tijdens het breken van puin in een brekerhal): treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte, alle aanvullende technische maatregelen, en alle aanvullende organisatorische maatregelen worden genomen. Bovendien gebruik van overdrukcabine op shovel of kraan indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Maatregelen voor activiteit L (gebruik van dieselmotor tijdens sorteren van afval in een sorteerhal) en activiteit M (gebruik van dieselmotor in een composteerhal): beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte, alle aanvullende technische maatregelen, en alle aanvullende organisatorische maatregelen worden genomen. Indien geen rechtstreekse afvoer naar buitenlucht via slang op uitlaat van dieselmotor dan gebruik van overdrukcabine op shovel of kraan indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

De verplichtingen rondom DME zijn nader toegelicht in het document Arbocatalogus Dieselmotoremissies. De verplichting om emissies te minimaliseren is de zogenoemde inspanningsverplichting van de werkgever; zie paragraaf 2.6 van voornoemd document voor een uitgebreide toelichting op de invulling van het begrip inspanningsverplichting.

Zie voor het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME bij laden en lossen

Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij voertuig onderhoud

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Voor een onderhoudsbeurt rijden kranen, vrachtauto’s, bestelwagens en shovels de onderhoudswerkplaats naar binnen, daarna vindt onderhoud plaats en tot slot rijden ze weer naar buiten. Een bezwarende factor is de koude start. Tijdens het onderhoud wordt de motor van het voertuig getest.

Tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter komt een hoeveelheid roetdeeltjes vrij. 

Maatregel: geven werkinstructie bij vervangen roetfilter.

Situatie 1

  • Diesel aangedreven voertuigen worden met behulp van andere hulpmiddelen in en uit de onderhoudswerkplaats gereden.
    Opmerking: gedurende de looptijd van de Arbocatalogus wordt nagegaan of dit realiseerbaar is.
  • Bij het testen en proefdraaien van dieselmotoren is situatie 1 niet van toepassing omdat DME inherent vrijkomt en het niet mogelijk is om de bron weg te nemen.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Diesel aangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.

  • Vrachtwagens en bestelwagens zijn voorzien van een Euro 4, 5 of EEV-motor of een motor met een effectief roetfilter.
  • Kranen en shovels hebben een Stage 3b of een Tier 4 motor of zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat. Deze wordt bevestigd voordat het voertuig naar binnen rijdt. 

Maatregelen: alle aanvullende technische maatregelen en alle aanvullende organisatorische maatregelen worden genomen.

  • Het testen en proefdraaien vindt plaats in een daarvoor ingerichte testruimte. Op de uitlaat is een afvoerslang aangesloten.

Maatregel: aanvullende maatregelen bij het testen van dieselmotor worden genomen.

Opmerking persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing op situatie 2:

Wanneer tijdens het proefdraaien de testruimte moet worden betreden, bijvoorbeeld voor het afstellen van de motor, draagt de werknemer een halfgelaatmasker type P3.

Situatie 3

  • Diesel aangedreven voertuigen met een Euro 3 motor of lager of Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zonder effectief roetfilter of ontregelde motoren Euro 4, 5, EEV, Stage 2 en 3a of Tier 2 en 3 rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in en uit.

Maatregelen: verminderen DME-blootstelling in werkplaats, alle aanvullende technische maatregelen en alle aanvullende organisatorische maatregelen worden genomen.

  • Het testen en proefdraaien vindt plaats in een daarvoor ingerichte testruimte. Op de uitlaat is geen afvoerslang aangesloten.

Maatregelen: maatregel bronaanpak tijdens testen van dieselmotor in testruimte en aanvullende maatregelen bij het testen van dieselmotor worden genomen.

Opmerking persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing op situatie 3:

Wanneer tijdens het proefdraaien de testruimte moet worden betreden, bijvoorbeeld voor het afstellen van de motor, draagt de werknemer een halfgelaatsmasker type P3.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

De verplichtingen rondom DME zijn nader toegelicht in het document Arbocatalogus Dieselmotoremissies. De verplichting om emissies te minimaliseren is de zogenoemde inspanningsverplichting van de werkgever; zie paragraaf 2.6 van voornoemd document voor een uitgebreide toelichting op de invulling van het begrip inspanningsverplichting.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij achterlader

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Deze activiteit is van toepassing tijdens de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen met een achterlader, waarbij de medewerker het grootste deel van een werkdag in de directe omgeving werkzaam is van een rijdende afvalinzamelwagen.

Situatie 1

Er is géén blootstelling aan DME door bronnen in de werksituatie. De bron van DME is weggenomen. Er is een elektrische motor of een gasmotor met uitlaatkatalysator.

Maatregel: geen.

Situatie 2

De afvalinzamelwagen is voorzien van een Euro 4, 5 of EEV motor of heeft een effectief roetfilter.

Maatregelen: aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.

Situatie 3

De afvalinzamelwagen heeft een Euro 3 motor of lager zonder effectief roetfilter.

Maatregelen: verminderen DME bij achterlader en aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.

 

Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij laden en lossen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In veel bedrijven worden in een loods, magazijn, op- of overslaghal goederen geladen en gelost. De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig rijdt naar binnen en wordt daar geparkeerd. Na het lossen en laden rijdt de bestelwagen, de vrachtwagen of ander voertuig weer naar buiten.

Tijdens het lossen en laden is de diesel aangedreven motor:

  • uitgeschakeld: de dieselmotor draait alleen tijdens het naar binnen en buiten rijden van het voertuig, of
  • stationair draaiend: het gebruik van een diesel aangedreven motor is nodig tijdens het laden en lossen in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods of op- of overslaghal.

In een aantal situaties treedt een piekbelasting op, omdat in een korte tijd (bijvoorbeeld ½ tot 1 uur) de meeste bestelwagens, vrachtwagens en andere voertuigen naar binnen en naar buiten rijden. Indien er sprake is van een koude start geeft dit extra DME uitstoot.

Situatie 1

  • Het voertuig lost zelf buiten de omsloten ruimte, waarna op andere wijze (bijvoorbeeld met een elektrische heftruck) de goederen naar het magazijn, loods, op-, of overslaghal worden verplaatst.
  • Het verladen van goederen vindt plaats aan een dockshelter, waarbij de vrachtwagen, de bestelwagen of ander voertuig in de buitenlucht blijft.
  • Opslag van goederen en afvalstoffen vindt in de buitenlucht plaats.
  • De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig is voorzien van een gasaandrijving met uitlaatkatalysator.
  • Het laden en lossen gebeurt niet met een diesel aangedreven motor maar bijvoorbeeld met een elektrische heftruck of een ander elektrisch aangedreven laad- en loshulpmiddel.
  • De voertuiggebonden diesel aangedreven applicaties worden tijdens het verblijf in de omsloten ruimte elektrisch aangedreven, zoals een aansluiting op krachtstroom.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • De bestelwagens en vrachtwagens zijn voorzien van een Euro 4, 5 of EEV-motor.
  • De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen: alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.

Situatie 3

De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • Indien de dieselmotor alleen wordt gebruikt om de omsloten ruimte in en uit te rijden, terwijl de motor uitgeschakeld is tijdens het laden en lossen:
    verminderen DME van rijdend voertuig en alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.
  • Bij stationair draaiende dieselmotor tijdens laden en lossen:
    verminderen DME van stationair draaiende motor en alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.
Wet en regelgeving 
Meer informatie 

De verplichtingen rondom DME zijn nader toegelicht in het document Arbocatalogus Dieselmotoremissies. De verplichting om emissies te minimaliseren is de zogenoemde inspanningsverplichting van de werkgever; zie paragraaf 2.6 van voornoemd document voor een uitgebreide toelichting op de invulling van het begrip inspanningsverplichting.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Overige blootstelling aan DME

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In een situatie die niet wordt beschreven zoals in DME bij gebruik van heftruck, DME bij laden en lossen, DME in een hal of DME bij voertuig onderhoud, wordt de blootstelling aan DME in kaart gebracht door de bronnen van diesel aangedreven motoren, de blootgestelde personen en de tijdsperiode te inventariseren.

Voorbeelden van overige blootstelling aan DME zijn niet-voertuig gebonden compressoren en aggregaten; dit zijn op zichzelf staande arbeidsmiddelen die gebruikt worden om elektriciteit, perslucht of mechanische energie te leveren zoals de aandrijving van een shredder of een noodstroomaggregaat.

Beschrijving van het risico 

Bij overige activiteiten met aangedreven motoren gelden de volgende situaties:

Situatie 1

  • De motoren zijn elektrisch aangedreven of zijn voorzien van een gasaangedreven motor met uitlaatkatalysator.

  • De diesel aangedreven motoren staan buiten de omsloten ruimte in de buitenlucht of in een aparte afgesloten ruimte opgesteld, waarbij de uitlaatgassen niet via deuren en ramen weer in de omsloten ruimte kunnen komen. De bediening van deze arbeidsmiddelen vindt buiten de omsloten ruimte plaats.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Er is sprake van DME blootstelling die beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek; dat wil zeggen er wordt één maatregel toegepast uit de volgende 3 maatregelen:

  • De dieseluitlaatgassen worden via bronafzuiging buiten de binnenruimte geleid.

  • Alle diesel aangedreven motoren zijn voorzien van een EEV-motor, een Euro 4 of Euro 5 motor, een Stage 3b motor of Tier 4 motor.

  • Alle diesel aangedreven motoren zijn voorzien van een motor Euro 3 of lager met een effectief roetfilter, een Stage 3a motor of lager met een effectief roetfilter of een Tier 3 motor of lager met een effectief roetfilter.

Maatregelen: alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen die van toepassing zijn.

Situatie 3

Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek.

Maatregelen: gebruiken van niet-voertuig gebonden compressor of aggregaat, verminderen DME bij overige bronnen of beheersen van blootstelling aan DME en alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen die van toepassing zijn.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

De verplichtingen rondom DME zijn nader toegelicht in het document Arbocatalogus Dieselmotoremissies. De verplichting om emissies te minimaliseren is de zogenoemde inspanningsverplichting van de werkgever; zie paragraaf 2.6 van voornoemd document voor een uitgebreide toelichting op de invulling van het begrip inspanningsverplichting.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij gebruik van heftruck

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In veel bedrijven worden voor de laad- en loshandelingen hef- en reachtrucks gebruikt. Ze kunnen zowel alleen in het magazijn, loods op-of overslaghal rijden of dit afwisselen met het rijden op het buitenterrein. Indien de hef- of reachtruck op enig moment in een omsloten ruimte rijdt, geldt altijd het volgende:  

Situatie 1

  • De elektrisch of gas aangedreven hef- en reachtruck is voorzien van een uitlaatkatalysator.
  • De goederen worden geladen en gelost met een bovenloopkraan.
  • In overleg met de afzender is het gewicht van de goederen dusdanig verlaagd dat een elektrische heftruck tot 4 ton volstaat.

Maatregelen: geen  

Situatie 2

  • De diesel aangedreven hef- en reachtruck heeft een Stage 3b motor of Tier 4 of hoger.
  • De diesel aangedreven hef- en reachtruck met een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor is voorzien van een effectief roetfilter.  

Maatregelen: 

  • Heftruck tot 4 ton: vervangingsmaatregel
  • Heftruck meer dan 4 ton: alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen

Situatie 3

De diesel aangedreven hef- en reachtruck heeft een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:  

  • Heftruck tot 4 ton: vervangingsmaatregel
  • Heftruck meer dan 4 ton: maatregel verminderen DME en alle aanvullende technische en organisatorische maatregelen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 

De verplichtingen rondom DME zijn nader toegelicht in het document Arbocatalogus Dieselmotoremissies. De verplichting om emissies te minimaliseren is de zogenoemde inspanningsverplichting van de werkgever; zie paragraaf 2.6 van voornoemd document voor een uitgebreide toelichting op de invulling van het begrip inspanningsverplichting.

Beheersen blootstelling aan DME

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 namelijk:
Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek.

Beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

 

Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 van activiteit L (het gebruik van de dieselmotor tijdens het sorteren van afval in een sorteerhal) en situatie 3 van activiteit M (gebruik van dieselmotor in composteerhal) namelijk:
In de omsloten ruimte wordt een diesel aangedreven shovel of kraan gebruikt met een Stage 3a of Tier 3 motor of lager die niet voorzien is van een effectief roetfilter.

Treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Deze maatregel heeft betrekking op situatie 3 van activiteit E (shovel of sorteerkraan in een hal) en situatie 3 van activiteit K (gebruik van dieselmotor tijdens het breken van puin in een brekerhal) namelijk:

In de omsloten ruimte wordt een diesel aangedreven shovel of sorteerkraan gebruikt met Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Pagina's

Abonneren op RSS - DME
randomness