Toetsing "stofbelasting bij afvalverwerking"
|
Notitie verantwoording opstellen SDS-bladen voor reststoffen van afvalbedrijven, versie 2.0 (2016) Nijmegen, 31 mei 2016 – F. Jongeneelen [vervangt versie 1.0 d.d. 27-03-2012] |
|
Algemeen
Nieuwe naam van veiligheidsinformatieblad is SDS = Safety Data Sheet; dit vervangt de verouderde term MSDS. De Safety Data Sheets van reststoffen van de AfvalEnergieCentrales (AEC’s), BiomassaEnergieCentrales (BEC’s) en SlibVerwerkingInstallaties (SVI’s) zijn opgesteld in opdracht van de Vereniging Afvalbedrijven. In tabel 1 is de lijst van verschillende reststoffen van afvalbedrijven opgenomen.
Het maken van SDS-bladen is voor reststoffen (= afvalstoffen) geen wettelijke verplichting. Formeel valt het opstellen van een SDS voor afvalstoffen buiten de regelgeving. Omdat er een zorgplicht is zijn toch SDS’en opgesteld.
Bij het opstellen van de SDS-bladen zijn de EU-verordeningen nr. 1907/2006, nr. 1272/2008, nr. 453/2010 en de richtsnoer van ECHA voor het samenstellen van veiligheidsbladen versie 2.2 (december 2014) zoveel mogelijk gevolgd. Omdat reststoffen een complexe en wisselende samenstelling hebben met daarin sporen van verontreinigende stoffen, zijn op sommige punten zgn. expert-interpretaties volgens de vuistregels van rubriek 2.1 gemaakt. Dit is vooral relevant voor onderwerpen waar nog geen overeenstemming is over de wijze van indeling, zoals voor de H14-indeling: milieugevaar. Op de SDS-bladen wordt daarom aangegeven: “Opgesteld volgens de notitie verantwoording opstellen SDS reststoffen, versie 2.0 (2016). Deze notitie is gebaseerd op EU richtlijn nr. 1907/2006, nr. 1272/2008, nr. 453/2010 en de Richtsnoer van ECHA voor het samenstellen van veiligheidsbladen, versie 2.2 (december 2014)".
|
Tabel 1. Overzicht van reststoffen van afvalbedrijven AEC, BEC en SVI.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Hieronder, in tabel 2, is per rubriek aangegeven hoe de informatie is opgesteld (en hoe in de toekomst voor nieuwe reststoffen een SDS moet worden opgesteld).
Tabel 2. Gedetailleerde aanwijzingen per rubriek voor het opstellen van de SDS voor reststoffen.
SAFETY DATA SHEET
Opgesteld volgens de notitie verantwoording opstellen SDS reststoffen, versie 2.0 (2016). Deze notitie is gebaseerd op EU richtlijn nr. 1907/2006, nr. 1272/2008, nr. 453/2010 en de Richtsnoer van ECHA voor het samenstellen van veiligheidsbladen, versie 2.2 (december 2014).
|
Rubriek nr. |
Naam |
Inhoud |
||
|
1 |
IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET MENGSEL EN VAN DE LEVERANCIER |
|
||
|
1.1 |
Identificatie van de stof of het preparaat |
Productnaam + Synoniemen + Chemische naam. Toevoegen: “Afvalstoffen zijn vrijgesteld van registratie overeenkomstig de bepalingen van REACH. Er is geen registratienummer.” |
||
|
1.2 |
Gebruik van de stof |
De macrosamenstelling bestaat uit verbindingen van ……. Het gebruik is ……. |
||
|
1.3 |
Identificatie van de producent |
< invullen door leverancier> |
||
|
1.4 |
Telefoonnummer in geval van nood |
<invullen door leverancier> Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum, 030 – 274 88 88 |
||
|
2 |
IDENTIFICATIE VAN DE GEVAREN |
|
||
|
2.1 |
Indeling van de stof |
Indeling in gevarenklasse voor mens en milieu volgens onderstaande vuistregels:
EU – EURAL-code afvalstof is opgeven als indicatieve code. Een afvalstof die op de lijst voorkomt en met een * is aangeduid, is een gevaarlijke afvalstof overeenkomstig Richtlijn 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen. |
||
|
2.2 |
Etikettering |
Toevoegen: “Geen etiketteringsplicht. De CLP-gevarensymbolen voor mens en milieu zijn vastgesteld volgens interne vuistregels. Het resultaat is dat het product geen gevarenaanduiding behoeft. Of: het product behoeft een gevarenaanduiding en wel Hxxx en …..”. |
||
|
2.3 |
Andere gevaren |
Buiten de regelgeving vallende gevaren. Denk aan nanotechnologie, gevaarlijke biologische stoffen etc. Voor reststoffen zal dit meestal: ‘Geen overige gevaren’ zijn. |
||
|
3 |
SAMENSTELLING / INFORMATIE OVER DE BESTANDDELEN |
Toevoegen: “Niet alle aanwezige verontreinigende componenten zijn opgesomd, maar een selectie van gezondheidsrelevante en milieurelevante verontreinigingen is opgenomen”. met name Pb-verbindingen, Hg-verbindingen, PCB, Dioxines, Kwarts, Mn-verbindingen, PAK en Zn-verbindingen opnemen. |
||
|
Naam |
Percentage |
Gevarenaanduiding van bestanddeel |
||
|
X |
In g/kg |
Als H-xxx aanduiding volgens CLP 453/2010 |
||
|
.. |
.. |
.. |
||
|
4 |
eerste-hulp maatregelen |
Per blootstellingroute (ogen, inademing, inslikken en huid) zijn respectievelijk het mogelijke effect en de EHBO-maatregelen beschreven. |
||
|
5 |
Brandbestrijdingsmaatregelen |
Preventie, voorschriften voor brandbestrijding en geschikte blusmiddelen opgeven. |
||
|
6 |
maatregelen bij accidenteel vrijkomen van de stof of het MENGSEL |
|
||
|
6.1 |
Persoonlijke voorzorg |
Wijze van handelen en PBM’s opgeven. |
||
|
6.2 |
Milieu voorzorg |
Wijze van handelen en voorzorgmaatregelen ter voorkoming van besmetting van afvoerkanalen, oppervlaktewater of grondwater. |
||
|
6.3 |
Opruimmethoden |
Pragmatisch advies voor opruimen van spill. |
||
|
7 |
hantering en opslag |
|
||
|
7.1 |
Veilige hantering |
Stuifklasse volgens de indeling van het Aktiviteitenbesluit Milieubeheer (voorheen NER) opgeven (dit is klasse S1 tot S5). De standaardtekst is: ‘Stuifklasse S5: nauwelijks stuifgevoelig. Dit geldt bij een vochtgehalte van 15%. Het product kan bij een lager vochtgehalte in een zwaardere klasse vallen’. Voorzorgsmaatregelen bij hanteren opgeven Advies persoonlijke hygiene opnemen. |
||
|
7.2 |
Voorwaarden voor veilig opslag |
Speciale eisen bij opslag aangeven. Denk hierbij bij bodemas aan verkitten en/of verouderen. Geef aan dat er ventilatie nodig is bij opslag in afgesloten ruimte als er sprake kan zijn van ontwikkeling van gassen. |
||
|
8 |
maatregelen ter beheersing van bloot-stelling / persoonlijke bescherming |
|
||
|
8.1 |
Controleparameters |
Wettelijke grenswaarde als maximale concentratie in werkatmosfeer opnemen. Advieswaarden stof van VA opnemen (Geadviseerde streefwaarde van stof van de reststof opnemen volgens de EURAL-codering. Dit volgens de volgende regels: Bij gevaarlijke reststoffen volgens EURAL (= met *): 1,0 mg/m3 als TGG-8 uur. Bij niet-gevaarlijke reststoffen: 3,0 mg/m3 als TGG-8 uur) |
||
|
8.2 |
Maatregelen ter beheersing van blootstelling |
Technische maatregelen tegen stofvorming vermelden Advies voor gebruik PBM voor:
|
||
|
9 |
Fysische en chemische eigenschappen |
|
||
|
9.1 |
Algemene informatie |
Fysische vorm geur en kleur beschrijven |
||
|
9.2 |
Belangrijke gezondheid, veiligheid en milieu informatie |
Minimaal de volgende gegevens opnemen: pH, stortdichtheid, vlampunt, explosief, oplosbaarheid in water. |
||
|
10 |
stabiliteit en reactiviteit |
|
||
|
10.1 |
Stabiliteit |
Uitloging, verkitting vermelden |
||
|
10.2 |
Te vermijden materialen |
Water, zuren, basen vermelden indien relevant |
||
|
10.3 |
Gevaarlijk ontledende stoffen |
Voor ruwe bodemas: “Bij contact met water (H2O) kan waterstofgas (H2-gas) ontstaan. Eventueel kan onder reducerende omstandigheden ammonia (NH3) vrijkomen. Incidenteel kan ook fosfine (PH3) ontwijken. Deze info opvragen bij de interne deskundige.” |
||
|
10.4 |
Reactiviteit |
Reacties met stoffen in de omgeving (zuurstof, water) vermelden. Ook heftige reacties met zuur, basen en andere laboratoriumstoffen vermelden. Voor ruwe bodemas: “Bepaalde fosfor verbindingen als PH3 kunnen onder speciale omstandigheden gevormd worden; onder anaerobe omstandigheden en hoge pH.” |
||
|
11 |
toxicologische informatie |
|
||
|
11.1 |
Acute toxiciteit |
Toxiciteit bij direct contact vermelden. Voorbeeld: “Wanneer stof in de ogen terecht komt kan dit irriterend werken en kan het een branderig gevoel geven. Bij het inslikken van de stof kan dit irritatie of een branderig gevoel geven van het maag-darmkanaal.” |
||
|
11.2 |
Chronische toxiciteit |
Niet bekend. Voorbeeld tekst reststoffen: “Verwacht mag worden dat herhaald, langdurig inademen van het product zal leiden tot ontstekingen in de lagere luchtwegen en aanleiding zal zijn tot een verminderde longfunctie op termijn.” Indien relevant: “Herhaald en langdurig inademen van respirabel kwarts stof kan leiden tot silicose (= stoflongen).” |
||
|
12 |
Ecologische informatie |
Vermeld toxiciteit voor waterorganismen en/of terrestische organismen en persistentie, afbreekbaarheid en bioaccumulatie in milieu. Voorbeeld tekst reststoffen:: “Ecotoxiciteit: Ecotoxicologische informatie is niet bekend. Er kunnen effecten op het aquatisch leven of in het ecosysteem mogelijk zijn. Indien relevant: “Doordat het product beperkt oplosbaarheid is, is het niet waarschijnlijk dat het product effecten geeft in aquatische ecosystemen.” Voor AEC-vliegas geldt: Het product is getest in aquatische toxiciteitstesten volgens OECG richtlijnen 201, 202 en 203 (algentest, watervlo-test en vis-test). Het is als niet-milieugevaarlijk geclassificeerd. |
||
|
13 |
instructies voor verwijdering |
|
||
|
13.1 |
Restafval |
Restanten ongebruikt product zoveel mogelijk hergebruiken. Voer ongebruikte en gemorst product af naar een erkende verwerker in het kader van de Europese Afvalstoffenlijst EURAL en de besluiten melden c.q. inzamelen van afvalstoffen.. |
||
|
13.2 |
Verpakking |
Gangbare verpakkingswijze opnemen |
||
|
14 |
informatie met betrekking tot het vervoer |
Conform advies Hagens Consult – 23 jan 2012. Dit houdt in: Voor reststoffen met EURAL beoordeling gevaarlijk voor milieu (= EURAL-nr met ster) de volgende informatie opnemen: UN-nummer en klasse: UN 3077, milieugevaarlijke stof, vast, n.e.g. ADR/ADNR/RID: Aanduiding in het vervoersdocument UN 3077, milieugevaarlijke stof, vast, n.e.g. Klasse: 9 Classificatiecode: M 7 Verpakkingsgroep: III Labels: 9 + markering “milieugevaarlijke stof” Gevaarsidentificatiecode (kemler getal):90 Engelse aanduiding in het vervoersdocument: UN 3077, Environmentally hazardous substance, solid, N.O.S, 9, III, (E) , Waste according to 2.1.3.5.5. Duitse aanduiding in vervoersdocument: UN 3077, Umweltgefährdender Stoff, fest, n.a.g., 9, III, (E), Abfall nach Absatz 2.1.3.5.5. |
||
|
15
|
Wettelijk verplicht informatie - regelgeving |
|
||
|
16 |
Overige informatie |
Relevante overige informatie, o.a.(indien van toepassing)
Altijd opnemen in SDS reststoffen:
|
||


