Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:22 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Oplosmiddelhoudend afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij verwerkers van gevaarlijke afvalstoffen worden oplosmiddelhoudende afvalstoffen aangeboden. De oplosmiddelen worden dan onder andere gescheiden van andere afvalstromen en opgebulkt. Oplosmiddelen zijn vluchtig waardoor deze snel in de lucht vrij kunnen komen bijvoorbeeld bij het overgieten uit de verpakking of het verpompen zonder de juiste voorzieningen. Blootstelling aan oplosmiddelen heeft effecten zoals huidaandoeningen, vergiftiging en aantasting van het zenuwstelsel; blijvende beschadiging van het zenuwstelsel wordt OPS genoemd, het organo-psycho-syndroom. Een ander gevaar van dampen van oplosmiddelen is de brandbaarheid en de kans op explosie.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:21 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Gevaarlijk afval (algemeen)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Inzamelen

Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij bedrijven opgeslagen in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen bijvoorbeeld PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Ook bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Milieustraat / KCA depot

Gevaarlijke afvalstoffen behoren in het KCA/KGA depot opgeslagen te zijn in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen, met name PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Het afval moet uit de opslag in het transportvoertuig geladen worden. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Bewerken

Afhankelijk van de be-/verwerker worden afvalstoffen op de locatie uit de verpakkingen gehaald of verpompt. Bij een aantal processen worden ze nog verwarmd. Bij al deze processen is het mogelijk dat gevaarlijke stoffen vrijkomen waar de medewerkers aan worden blootgesteld.

Gevaarlijk afval wordt op diverse manieren bewerkt. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • destillatie
  • chemische/fysische scheiding
  • opbulken
  • overpakken naar grotere of kleinere verpakking
  • drogen, persen, centrifugeren en dergelijke
  • verkleinen door middel van shredder

Storten

Aangeboden stortmateriaal moet voldoen aan acceptatiecriteria. Daarover worden in het algemeen voorafgaand aan aanvoer op de stortplaats afspraken gemaakt. Echter, in het aanbod kan altijd sprake zijn van onverwachte zaken die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of risico’s met zich mee kunnen brengen. Hierbij gaat het voornamelijk om gevaarlijke stoffen, stofvorming en gassen en dampen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:07 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij gevaarlijk afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Ontvlambare afvalstoffen staan bij de ontdoener opgeslagen in een opslagplaats die voldoet aan de PGS-richtlijnen waaronder PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen brandbare dampen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Bij deze verplaatsingen kunnen brandbare dampen vrijkomen. Ook bij de Milieustraat zijn situaties waarin brandbare dampen of gassen kunnen vrijkomen.

Brandbare dampen kunnen bij de juiste temperatuur (afhankelijk van de stof) door een ontstekingsbron tot ontbranding komen en zelfs een explosie tot gevolg hebben. Er zijn veel mogelijke ontstekingsbronnen. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • open vuur
  • sigaret
  • statische elektriciteit
  • verbrandingsmotor van voertuigen
  • vonken door botsen van metalen
  • vonken door in- of uitschakelen elektrische apparaten
  • vuurwerkresten
  • batterijen (lithium)
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:03 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Heet werk

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche is regelmatig heet werk nodig. Heet werk bestaat uit snijbranden, lassen en stiflassen. Naast algemene risico's die elders zijn beschreven zoals het werken in een besloten ruimte, het ontstaan van brand en de blootstelling aan lawaai geluid, kennen deze werkzaamheden een heel specifiek risico, namelijk het ontstaan van rook. Lasrook ontstaat door het verdampen van metaal, vooral aan het oppervlak van de afsmeltende druppels van het toevoegmateriaal. Door het reageren van deze metaaldamp met de omgevingslucht worden metaaloxiden en metaalnitriden gevormd. Na afkoeling gaan deze oxiden en nitriden over in vaste vorm en blijven als fijne deeltjes in de lucht zweven. Lasrook is een damp die de atmosfeer in de werkomgeving verontreinigt. Inademing van lasrook is zeer slecht voor de gezondheid en leidt tot kortademigheid.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Snijbranden

Snijbranden vindt plaats met acetyleen gasflessen. Bij de verbranding van het brandgas acetyleen met zuivere zuurstof ontstaat een vlam met een hoge temperatuur, boven de 3000 graden Celsius. Het is het enige gasmengsel dat een verbrandingstemperatuur heeft hoog genoeg om staal te doen smelten en een aanvaardbare laskwaliteit te verkrijgen. Zuurstof laat een vuur zeer fel branden en een mengsel van zuurstof en een brandbaar gas kan een explosie veroorzaken. Het is noodzakelijk dat de zuurstofcilinders gescheiden van de flessen met brandbare gassen worden opgeslagen. In deze opslagruimte mogen geen andere brandbare materialen staan.

Lassen

Er zijn twee hoofdgroepen lastechniek, namelijk het smeltlassen en het druklassen. Bij het smeltlassen komt de verbinding tot stand vloeibare toestand, meestal zonder druk en met of zonder een toevoegmateriaal.
Booglassen, autogeenlassen en bundellassen zijn voorbeelden van de smeltlastechniek. Bij druklassen komt de verbinding onder druk tot stand en meestal zonder toevoegmateriaal. Weerstandlassen is een voorbeeld van een druklastechniek.

Stiftlassen

Stiftlassen wordt toegepast om kleine bouten, stukken rond of andere kleine voorwerpen op een plaat te bevestigen. Dit wordt gedaan met een kortstondige elektrische boog tussen de stift en het materiaal. Nadat het materiaal en de stift zijn gesmolten wordt de stift met grote kracht het materiaal ingeschoten.

Laatst gewijzigd op: 12 december 2025, 16:11 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Begaanbaarheid en zicht

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

De wegen op een stortplaats worden aangelegd tijdens de opbouw van het stortlichaam. Wanneer het stortfront wordt verplaatst, worden ook wegen (deels) verlegd. Doordat wegen op de stortplaats soms slecht begaanbaar zijn kunnen ongevallen plaatsvinden. De ondergrond kan slecht zijn en de wegen zijn soms glad en glibberig. Met name ’s winters is vroeg of laat op de dag op sommige plaatsen te weinig daglicht aanwezig.
Het grootste risico op de stortplaats is kantelgevaar van vrachtwagens.
Voor voetgangers bestaat struikelgevaar door slechte begaanbaarheid.
De gevolgen van het kantelen van een vrachtwagen kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar dit kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden
  • Artikel 15 Arbowet inzake Bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Paragraaf 3 van Afdeling 1 in Hoofdstuk 3 Arbobesluit inzake Voorzieningen in noodsituaties
  • Artikel 3.2 Arbobesluit inzake Algemene vereisten arbeidsplaatsen
  • Artikel 3.3 Arbobesluit inzake Stabiliteit en stevigheid
  • Artikel 3.14 Arbobesluit inzake Verbindingswegen 
  • Artikel 6.1 Arbobesluit inzake Temperatuur
  • Artikel 6.3 Arbobesluit inzake Daglicht en kunstlicht
  • Artikel 7.8 Arbobesluit inzake Verlichting
  • Artikel 7.17c lid 3 Arbobesluit inzake Gebruik mobiele arbeidsmiddelen
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
  • Artikel 8.10 Arboregeling inzake Soorten borden en bijbehorende bijlage XVIII en XIX
  • Artikel 9.3 Arbobesluit inzake Verplichtingen van de werknemer
  • Artikel 9.5 Arbobesluit inzake Verplichtingen van zelfstandigen en meewerkende werkgevers
Laatst gewijzigd op: 12 december 2025, 16:02 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Aanrijdingsgevaar op locatie

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

De vele verkeersbewegingen op het bedrijfsterrein vormen één van de gevaren op terreinen waar afval be- of verwerkt wordt. Op het terrein rijden vrachtwagens, shovels en ander gemotoriseerd verkeer en lopen acceptanten, chauffeurs, andere medewerkers en ook bezoekers rond. Met name op terreinen waar diverse activiteiten ontplooid worden, kunnen verkeersbewegingen voor de aan- en afvoer van afval bij de verschillende los- en laadplaatsen elkaar kruisen. Op stortplaatsen komt hier het verkeer van compactors en dumpers bij. En op de milieustraat zijn behalve de professionals ook klanten, veelal met personenwagens aanwezig, voor wie dit geen dagelijkse bezigheid is. Daarnaast worden wegen op de stortplaats regelmatig verlegd, bijvoorbeeld bij ingebruikname van een nieuw stortfront (zie ook: begaanbaarheid en zicht).
Al deze factoren vergroten de kans op een aanrijding. Aanrijdingen kunnen vanaf binnenkomst tot vertrek plaatsvinden op het gehele terrein.

De kans op aanrijdingen bestaat met name op drukke en onoverzichtelijke punten waar aan- en afvoer plaatsvindt of waar routes elkaar kruisen. Aanrijdingen kunnen plaatsvinden tussen vrachtwagens onderling maar ook tussen vrachtwagen en personen zoals toezichthouders, schoonmakers, andere chauffeurs en bezoekers. De gevolgen van een aanrijding kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar een aanrijding kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 8 december 2025, 18:40 uur -- Afvalbranche

Verplaatsen van minicontainers en tillen van zakken

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Geldig tot: 
18 mei 2022
Beschrijving van het risico 

Tijdens de inzameling van huishoudelijk afval moeten afvalzakken en afvalemmers worden getild. Dit is fysiek zwaar werk, wat kan leiden tot diverse lichamelijke klachten bij beladers. Een andere veelgebruikte inzamelmethoude zijn minicontainers.
Bij het voortduwen of achter zich aan trekken van voorwerpen, zoals minicontainers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.

Belangrijke mededeling

Tot 18 mei 2022 stond op deze webpagina een getoetste uitwerking van het gevaar ‘Verplaatsen van minicontainers en tillen van zakken', met bijbehorende beheersmaatregelen om de impact van dit gevaar te beperken tot een aanvaardbaar niveau.
Deze uitwerking was gebaseerd op de P90-norm, die inmiddels niet langer wordt beschouwd als de stand van de techniek.

Enkele jaren geleden heeft een adviesbureau de Leidraad Fysieke Belasting ontwikkeld. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in 2022 aangegeven deze leidraad te beschouwen als de huidige stand der techniek en gebruikt deze bij het toezicht binnen de afvalbranche.

Omdat de Leidraad Fysieke Belasting een solide basis biedt en door de Arbeidsinspectie als stand der techniek wordt gezien, heeft de Stichting Arbocatalogus Afvalbranche besloten te onderzoeken op welke wijze de leidraad in de Arbocatalogus kan worden opgenomen. De leidraad is op verzoek beschikbaar via de NVRD of de Vereniging Afvalbedrijven.

De verwachting is dat de toekomstige uitwerking in de Arbocatalogus grotendeels zal aansluiten bij de bestaande leidraad. Organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor het borgen van het onderwerp fysieke belasting in de eigen RI&E en voor het toepassen van de leidraad in de eigen praktijk.

Ieder onderdeel binnen de Arbocatalogus Afvalbranche dient minimaal iedere 6 jaar geëvalueerd te worden op actualiteit, stand van de wetenschap en techniek, en volledigheid. Na overeenstemming tussen werkgevers en werknemers toetst de Nederlandse Arbeidsinspectie het onderdeel. Nu getoetste beheersmaatregelen in de arbocatalogus ontbreken, is iedere werkgever wettelijk verplicht om zelf beheersmaatregelen vast te stellen.

Voor meer informatie over dit onderdeel:

  • de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) van het bedrijf
  • algemene, openbare informatiebronnen over dit onderwerp
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

Laatst gewijzigd op: 8 december 2025, 18:38 uur -- Afvalbranche

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers huish. afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Geldig tot: 
18 mei 2022
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Belangrijke mededeling

Tot 18 mei 2022 stond op deze webpagina een getoetste uitwerking van het gevaar ‘Verplaatsen van 1100 liter rolcontainers huishoudelijk afval’, met bijbehorende beheersmaatregelen om de impact van dit gevaar te beperken tot een aanvaardbaar niveau.
Deze uitwerking was gebaseerd op de P90-norm, die inmiddels niet langer wordt beschouwd als de stand van de techniek.

Enkele jaren geleden heeft een adviesbureau de Leidraad Fysieke Belasting ontwikkeld. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in 2022 aangegeven deze leidraad te beschouwen als de huidige stand der techniek en gebruikt deze bij het toezicht binnen de afvalbranche.

Omdat de Leidraad Fysieke Belasting een solide basis biedt en door de Arbeidsinspectie als stand der techniek wordt gezien, heeft de Stichting Arbocatalogus Afvalbranche besloten te onderzoeken op welke wijze de leidraad in de Arbocatalogus kan worden opgenomen. De leidraad is op verzoek beschikbaar via de NVRD of de Vereniging Afvalbedrijven.

De verwachting is dat de toekomstige uitwerking in de Arbocatalogus grotendeels zal aansluiten bij de bestaande leidraad. Organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor het borgen van het onderwerp fysieke belasting in de eigen RI&E en voor het toepassen van de leidraad in de eigen praktijk.

Ieder onderdeel binnen de Arbocatalogus Afvalbranche dient minimaal iedere 6 jaar geëvalueerd te worden op actualiteit, stand van de wetenschap en techniek, en volledigheid. Na overeenstemming tussen werkgevers en werknemers toetst de Nederlandse Arbeidsinspectie het onderdeel. Nu getoetste beheersmaatregelen in de arbocatalogus ontbreken, is iedere werkgever wettelijk verplicht om zelf beheersmaatregelen vast te stellen.

Voor meer informatie over dit onderdeel:

  • de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) van het bedrijf
  • algemene, openbare informatiebronnen over dit onderwerp
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Laatst gewijzigd op: 3 december 2025, 19:03 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Graven van gasgangen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Op het stortterrein worden gasgangen gegraven met kranen en ander materieel. Bij het graven van een gasgang in het stortlichaam moet men altijd alert zijn dat er stortgas (biogas) kan ontsnappen, want in het stortlichaam is altijd biogas aanwezig.

Omdat stortgas sporen van organische esters, zwavelwaterstof (H2S) en andere zwavelhoudende verbindingen bevat, kan het op stortplaatsen leiden tot lokale geuroverlast. Stortgas is bovendien door de aanwezigheid van methaan één van de belangrijke veroorzakers van het broeikaseffect. Een afvalstortplaats met onttrekkingsinstallatie is daarom vanaf 1993 verplicht (stortbesluit) om het stortgasemissie te voorkomen.

De belangrijkste gevaren van stortgas zijn brand- en explosiegevaar en verstikking, vergiftiging en bedwelming. Stortgas is brandbaar als methaan en zuurstof in de goede verhouding aanwezig zijn en er een ontstekingsbron is. Als het eenmaal brandt, is de brand moeilijk uit te krijgen is. Het gevaar op ontbranding van stortgas is het grootst als er een ontstekingsbron aanwezig is in het gebied met een explosief mengsel zoals bij het afgraven van het afval op de stortplaats.

Stortgas vormt ook een gevaar voor verstikking, vergiftiging en bedwelming doordat het zuurstof kan verdrijven, maar ook door de aanwezigheid van H2S. Het werken in slecht geventileerde gebieden en bij het werken in besloten ruimten vormen hierbij het grootste gevaar tot verstikking, vergiftiging en bedwelming. Zeker in (percolaat-)putten en gangen, doordat H2S zwaarder is dan lucht en zich dus snel op laag niveau zal ophopen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 3 december 2025, 18:17 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche wordt voor diverse toepassingen gewerkt met gevaarlijke stoffen. Als hulpstof worden gevaarlijke stoffen toegepast voor de rookgasreiniging, de waterzuivering en soms ook voor reiniging van het koelwaterkanaal. Bedrijven die over een eigen laboratorium beschikken hebben voor deze laboratoriumwerkzaamheden een scala aan gevaarlijke stoffen voor handen.

Afhankelijk van de stoffen die worden gebruikt en de wijze waarop ze worden gebruikt, bestaan risico's voor de veiligheid of gezondheid. Zo kunnen chemicaliën leiden tot brandwonden, vergiftigingen (bij inademing en/of opname door de mond), oogletsel, huidaandoeningen, flauwvallen en dergelijke. Gevaar kan bestaan voor ernstige onherstelbare effecten. Bovendien kunnen chemicaliën licht ontvlambaar zijn, elektrostatisch oplaadbaar zijn en leiden tot een explosief mengsel.

Als vaten of een doseersysteem geopend zijn, kunnen dampen vrijkomen. Als slangen worden gebruikt om vloeistof over te pompen, is er een kans op het vrijkomen van irriterende of schadelijke stoffen. Na afloop van een handeling moeten slangen worden losgekoppeld. In slangen zijn altijd restanten van het product aanwezig. Slangen kunnen gaan slingeren waardoor de medewerker ongewenst in contact komt met de vloeistof.

Iedere gevaarlijke stof heeft zijn eigen risico bij blootstelling. Daarom dient het beheer van chemicaliën en hulpstoffen goed te worden geregeld en er dient op een verantwoordelijke wijze te worden omgegaan met het gebruik van de gevaarlijke stoffen.

Afvalenergiecentrale

In een afvalenergiecentrale worden onder andere de volgende hulpstoffen toegepast: natronloog, ammonia, chloorbleekloog, ijzerchloride, calciumcarbonaat, ongebluste kalk, HOK, actief kool, natriumsulfides, zoutzuur en soda.

Waterzuivering

Bij sommige vormen van waterzuivering wordt methanol als koolstofbron geïnjecteerd waar het in een gesloten systeem wordt toegepast. Methanol wordt in een tank, IBC of drum opgeslagen en via pompen en leidingen in het proces gedoseerd. Er is geen blootstelling aan methanol mogelijk zolang de vloeistof zich in het gesloten systeem bevindt. Bij inademing is methanol is giftig; hetzelfde geldt bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. Er is bovendien gevaar voor ernstige onherstelbare effecten op het ongeboren kind bij opname door de mond. Daarnaast is de vloeistof licht ontvlambaar, kan elektrostatisch opladen met kans op ontsteking en damp met lucht is explosief binnen explosiegrenzen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid
randomness