Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Laatst gewijzigd op: 17 april 2025, 18:40 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Klein gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis met de chemokar of via het depot KGA van de milieustraat ingezameld. Naast de formele term KGA is deze afvalstroom als klein chemisch afval (KCA) bekend. In dit onderdeel van de arbocatalogus behandelen we de KGA inzameling via de Milieustraat. De inzameling van klein gevaarlijk afval met de chemokar wordt elders in de arbocatalogus beschreven.

Bij het inzamelen van KGA is het belangrijkste gevaar dat de Beheerder van het KGA depot in aanraking komt met gevaarlijke componenten van het gevaarlijk afval. Het gevaar is afhankelijk van:

  • de eigenschappen van het KGA
  • op welke wijze het is verpakt
  • in hoeverre het KGA als zodanig herkend wordt
  • of correcte etiketgegevens aanwezig zijn
  • de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na eventueel contact met bestanddelen van gevaarlijk afval

De verplichte maatregelen bij dit onderdeel zijn de verplichtingen die gelden bij het accepteren en het opslaan van KGA/KCA.

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 17 april 2025, 12:21 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Bij afvalenergiecentrale (AEC’s), bioenergiecentrales (BEC’s) en slibverbrandingsinstallaties (SVI’s) komen reststoffen vrij die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. De risico's kunnen variëren van huid- en luchtwegirritatie door de hoge zuurgraad, bioaccumulatie van zware metalen zoals lood en dergelijke tot organische verontreinigingen zoals dioxines. Een aantal reststoffen, waaronder AEC vliegas, kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden. Daarom moet voorkomen worden dat medewerkers de reststoffen inademen en dat schadelijke stoffen via mond en huid in het lichaam terechtkomen.

De reststoffen ontstaan bijvoorbeeld in de rookgasreiniging en de verbrandingsoven. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in reststoffen zijn de volgende:

  • Bodemas en ketelas: as uit de verbranding bevat onder andere zware metalen, PAK, dioxines en furanen. 
  • Vliegas: vliegas bevat onder andere metaaloxiden, dioxinen en furanen.
  • Rookgasreinigingsresidu (RGR): RGR bestaat vooral uit zouten zoals calciumcloride en natriumchlorides en kan daarnaast dioxines bevatten. 
  • Kamerfilterpers residu (filterkoek): dit type filterkoek bevat zware metalen, dioxines en furanen.

Indien een gesloten transportsysteem of onderdeel van de installatie op overdruk zoals het vliegastransportsysteem lekkage vertoont dan kan biologisch actief stof zich in het gebouw verspreiden en de oorzaak zijn van langdurige blootstelling aan lage concentraties reststoffen.

De gevaren van de verschillende reststoffen zijn afhankelijk van de samenstelling en combinatie van gevaarlijke stoffen hierin. Voor verschillende reststoffen heeft de Vereniging Afvalbedrijven Safety Data Sheets (SDS) laten opstellen waarin de gevaren op een rij zijn gezet. Op basis van deze SDS-bladen stelt elke AEC, BEC en SVI als leverancier van reststoffen zelf specifieke SDS'n op. Voor het aanbrengen van AEC-bodemas in grondwerken is een risicoanalyse bij grondwerk opgesteld. Deze werkzaamheden worden niet in de afvalbranche uitgevoerd en blijven daarom in deze arbocatalogus buiten beschouwing.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Indien er bij werkzaamheden in een AEC, BEC of SVI een kans is op blootstelling aan reststoffen dan is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen
  • Geven werkinstructie - vliegasverstopping verhelpen
  • Geven werkinstructie - werkplek schoonmaken

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Treffen voorzieningen voor opslag van gevaarlijk afval

Alle organisatorische maatregelen

  • Documenteren gevaarlijke stoffen
  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 oktober 2024, 21:40 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar van ladder

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Het gebruik van ladders als werkplek op hoogte is niet toegestaan, tenzij het gaat om lichte en kortstondige werkzaamheden op wisselende locaties, en alleen onder voorwaarden. Mobiele ladders zijn bedoeld om een hoger (of lager) gelegen niveau te bereiken en (in principe) niet als werkplek.

Er bestaat een duidelijk verband tussen de hoogte waarvan iemand valt en de ernst van het letsel of de kans op sterfte. Uit onderzoek blijkt dat de kans op botbreuken, ernstig letsel en sterfte toeneemt bij een toenemende valhoogte. Op basis van de beschikbare kennis is er, volgens de Gezondheidsraad, geen veilige grens voor de valhoogte vast te stellen. Vallen van een hoogte lager dan 2,5 m kan namelijk ook tot (blijvend) letsel leiden. Een hoogte van maximaal 2,5 meter wordt als wettelijke norm gehanteerd, maar ook bij een lager hoogteverschil verplicht het Arbobesluit tot het nemen van maatregelen met name in geval van aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden zoals boven afval, boven water, boven uitstekende of scherpe voorwerpen, of openingen in vloeren. Bij risicoverhogende omstandigheden moet de werkgever risicobeperkende maatregelen nemen, ook bij een hoogteverschil kleiner dan 2,5 meter.

De arbeidsomstandigheden bij het gebruik van ladders zijn vaak mede afhankelijk van derden zoals opdrachtgevers, ontwerpers, werkvoorbereiders en fabrikanten van hulpmiddelen en gereedschappen.

Definitie van een ladder

De definitie van een ladder is: draagbaar klimmaterieel bestaande uit stijlen (ladderbomen), sporten en beslag. Er zijn enkele en meerdelige niet vrijstaande ladders: schuif- of optrekladders, telescopische ladders, en opsteekladders, en meerdelige vrijstaande ladders (A-ladders of reformladders) en vouwladders.

Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche worden mobiele ladders gebruikt om een niveauverschil te overbruggen ondermeer bij het ontstoppen of reinigen van dakgoten. Het gebruik van een draagbare ladder brengt het gevaar van vallen bij het werken op hoogte met zich mee. Bij een val kan letsel of blijvend letsel ontstaan, in het ergste geval met de dood tot gevolg. In Nederland overlijden jaarlijks gemiddeld 18 werknemers na een val van hoogte tijdens het werk en worden er 1.230 opgenomen in een ziekenhuis. Ook in de afvalbranche komt een valongeval relatief vaak voor, zo blijkt uit de ongevalsanalyse van 504 arbeidsongevallen in de periode 1998-2009. In deze periode is 22 keer een val van ladder of trap gemeld, in 3 gevallen met blijvend letsel tot gevolg.

In de afvalbranche moet voorafgaand aan het werk worden nagegaan of de voorgenomen werkzaamheid echt met een ladder moet worden uitgevoerd. Andere oplossingen dan de ladder als werkplek verdienen de voorkeur. Als er geen (operationeel-economische) belemmeringen zijn, moet worden gekozen voor het veiligste arbeidsmiddel. Een vast bordes, een hoogwerker of een steiger is vaak veiliger dan het gebruik van een ladder.

Gebruik putladder

Bij rioleringsbeheer wordt gebruik gemaakt van putladders om riolen te betreden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen putladders met (vaak) een hoge sportafstand en waarbij de afstand tussen de twee stijlen kleiner dan 28 cm is en normale ladders die tussen beide stijlen een afstand groter dan 28 cm hebben. Een putladder is uitsluitend bedoeld voor gebruik in putten en andere smalle/nauwe doorgangen. Het gebruik van een putladder is verboden in situaties waarin een normale ladder kan worden toegepast.

Verbod op gebruik van ladder

Het gebruik van een ladder is niet toegestaan indien:

  • de stahoogte van de voeten hoger is dan 7,5 m, of
  • de opgetelde (effectieve) statijd van het project is langer dan 6 uur of per persoon langer is dan 2 uur verspreid over een werkdag, of
  • de krachtsuitoefening op gereedschap groter is dan 10 kg (100 N), of
  • de reikwijdte op de ladder meer is dan 1 armlengte, of
  • als de wind harder is dan 6B in de buitenlucht; dit is krachtige wind ofwel wanneer het lastig wordt om tegen de wind in te lopen.

Het gebruik van een ladder langer dan 7,5 meter is wel toegestaan, mits dit wordt onderbouwd met een taak-risico-analyse en wordt gecombineerd met valbeveiliging.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 oktober 2024, 16:47 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Transport van gevaarlijk afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Dit onderdeel is niet getoetst, omdat eisen aan voertuigen zijn beschreven en dat is niet geregeld in de Arbowet.

Beschrijving van het risico 

Gevaarlijk afval is afval dat gevaarlijk is voor mens, dier of milieu. Enkele voorbeelden van gevaarlijk afval zijn asbesthoudend afval, afvalstoffen die zware metalen, polychloorbifenyleen (PCB’s), bestrijdingsmiddelen, (minerale) oliehoudende afvalstoffen, oplosmiddelhoudend afval, batterijen en accu’s.

De Europese afvalstoffenlijst (EURAL) bevat circa 800 verschillende afvalstoffen, deels gerangschikt naar herkomst, namelijk de bedrijfstak of bedrijfsactiviteit waarbij de afvalstof vrijkomt of naar soort van afvalstof. Elke afvalstof is voorzien van een zes-cijferige code (euralcode). De afvalstoffen waarvan deskundigen hebben vastgesteld dat deze per definitie als gevaarlijk moeten worden beschouwd zijn te herkennen aan een * (ster) achter de euralcode. Afvalstoffen waarvan is bepaald dat ze altijd als niet-gevaarlijk mogen worden beschouwd hebben geen toevoeging.

Gevaarlijk afval dat wordt ingezameld, wordt veelal getransporteerd vanaf het inzameladres van de ontdoener naar het adres waar de afvalstoffen worden bewerkt of verwerkt. Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid afvalstof bestaan risico's bij het laden, vervoeren en lossen. Indien gevaarlijke stoffen uit een verpakking of transportvoertuig vrijkomen, ontstaat het er een risico op blootstelling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gevaarlijk afval vanuit een kleine verpakking wordt omgepakt in een grotere verpakking; hier zijn meer voorbeelden van kans op blootstelling opgenomen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan diverse gevolgen hebben, zoals brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke. Bij een ontvlambare of licht ontvlambare vloeibare afvalstof kunnen brandbare dampen ontstaan. Hierdoor is er gevaar voor brand of explosie.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 10 september 2024, 15:17 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Broeibrand

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Uit inventarisatie binnen de afvalbranche blijkt dat er twee belangrijke oorzaken zijn van het ontstaan van branden bij afvalbedrijven, te weten:

  1. de ontwikkeling van warmte in afvalhopen oftewel broei, en
  2. de aanwezigheid van ongewenste ontvlambare materialen in het afval.

Door het hele jaar ontstaan bij afvalbedrijven branden. Tijdens de zomer, van april tot september, is er een kleine toename in de statistieken (seizoensinvloed).

Ontvlambare materialen die ongewenst in het afval voorkomen zijn bijvoorbeeld spuitbussen, accu's, lithium-batterijen, en de nog warme as van een barbecue of vuurkorf. Dergelijke afvalstoffen moeten daarom via aparte afvalstromen worden aangeboden.

Met name afvalstromen met organisch materiaal bouwen warmte op. Als organisch afval voor een langere tijd wordt opgeslagen, kan de temperatuur door biologische activiteit stijgen ten gevolge van microbiële processen, waardoor het vochtgehalte van het materiaal afneemt. De temperatuur in organisch materiaal is meestal hoger dan die van de buitenlucht. Bij een temperatuur in organisch materiaal hoger dan 70 °C is het risico op het ontstaan van een zogenaamde broeibrand verhoogd. Als de temperatuur tot boven de 90 °C stijgt, bestaat de kans op zelfontbranding van het materiaal.

Volgens experimenteel onderzoek van KEMA is het gevaar voor een broeibrand bij een vochtgehalte van onder de 20 %RV (relatieve vochtigheid) minimaal. Een vochtgehalte tussen de 20 en 50 % geeft bij veel materialen het risico dat broei kan ontstaan; het vochtgehalte waarbij broei ontstaat, is afhankelijk van het soort materiaal. Bij homogene biomassa, zoals houtchips, is het gevaar voor broeibrand minimaal bij een vochtgehalte onder de 20 %. In niet-homogeen materiaal, zoals groenafval, bestaan vochtige naast drogere plekken en is de kans op broei vooral aanwezig wanneer grof materiaal uitgedroogd raakt en het vochtgehalte daalt onder 40 %. Daarom moeten sommige afvalstromen op een droge plek worden opgeslagen om te voorkomen dat ze vochtig worden.

De factor tijd speelt een heel belangrijke rol bij het ontstaan van een broei. Hoe langer een broei-gevoelige afvalstof ligt te wachten op transport en/of verwerking, hoe hoger de temperatuur wordt, hoe groter de kans op het ontstaan van broeibrand is. Als broei eenmaal tot ontbranding komt, ontwikkelt de brand zich meestal snel, zeker als het materiaal is uitgedroogd. Als er vervolgens zuurstof toetreedt, zoals bijvoorbeeld tijdens het ontgraven van het afval, dan kan het vuur zich snel verspreiden. Een bijkomend risico van broeibrand is het vrijkomen van koolmonoxide vanwege onvolledige verbranding van het afval.

Tot slot speelt de factor druk een rol. Hoe hoger de berg afval, hoe hoger de druk, hoe groter de kans op broei. Daarom mogen afvalhopen niet hoger dan 4 meter zijn; vaak is deze maximale hoogte opgenomen in de vergunning van het afvalbedrijf.

Inzamelen, Milieustraat en Bewerken

Bij het inzamelproces kan een broeibrand ontstaan onder andere wanneer een broei-gevoelige afvalstof al gedurende een langere periode bij de ontdoener heeft gelegen, alvorens die wordt ingezameld. Ook op een verwerkingslocatie kan broeibrand voorkomen in de opslag van het afval of in de sorteerhal. De opslag van vuile poetsdoeken met (plantaardige) oliën en matrassen vormt een bekend risico.

Composteren

Tijdens het composteringsproces treedt per definitie broei op, omdat dit het principe van composteren is. Er bestaat altijd kans op broeibrand op plaatsen waar veel grof organisch materiaal aanwezig is, waardoor een sterke natuurlijke trek optreedt (schoorsteeneffect). Na het composteerproces kan broeibrand met name optreden in de opslag van de zeefoverloop.

Verbranden

Bij een afvalenergiecentrale kan broeibrand voorkomen in de opslag van aangevoerd afval in de afvalbunker. Zowel organisch materiaal als een chemische reactie zijn een gevaar voor het ontstaan van brand.

Storten

Op stortplaatsen ontstaat de kans op broeibrand op plaatsen met een laag vochtgehalte in een stortlichaam waar, bij grove delen, het zogenoemde schoorsteeneffect aanwezig is.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Wetenschappelijk artikel Self heating in yard trimmings, 2002 waarin het principe van het ontstaan van broeibrand in groen tuinafval wordt beschreven
  • Onderzoeksrapport Broei bij biomassa; experimenteel onderzoek en modellering, C.H. Gast, P. van Woesik en H.M. Weijers, KEMA Power Generation & Sustainables, Arnhem, 16 september 2004
Laatst gewijzigd op: 2 september 2024, 23:21 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Onderhoud en stops

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Zeker bij afvalenergiecentrales is een veelheid van risico's aanwezig bij het uitvoeren onderhoud en stops voor groot onderhoud. Ook bij andere installaties komen stops en groot onderhoud voor, al is de omvang daarvan in het algemeen kleiner. De werkzaamheden hoeven daarmee niet minder gevaarlijk te zijn. Het is dus zinvol na te gaan welke van de risico’s en maatregelen daarbij van toepassing zijn.
De gevolgen van de risico’s variëren van bijna-ongevallen en licht lichamelijk letsel zoals ‘een schrammetje’ tot ernstige ongevallen met dodelijke afloop. Oplossingen voor het beheersen van risico’s tijdens stops en bij onderhoud of groot onderhoud zijn hier in hoofdlijnen weergegeven, uitgaande van een afvalenergiecentrale.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 5 van Hoofdstuk 2 Arbobesluit inzake Bouwproces (art. 2.23 t/m art. 2.35 Arbobesluit)
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie, Werkinstructie bouwprocesbepalingen (2022); toepasbaar bij alle bouwwerken die vallen onder de definitie van bijlage I bij de richtlijn 92/57/EEG (zie bijlage 1).
 
Laatst gewijzigd op: 12 oktober 2023, 11:14 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar bij afnetten (op hoogte)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Om te voorkomen dat lading uit de container waait of valt wordt een container afgedekt. Afnetten van lading wordt vereist vanwege milieuvoorschriften en de wegenverkeerswet. Er zijn veel verschillende systemen om de lading af te dekken. Vaak werd een los net gebruikt, waarbij de chauffeur op de rand van de container klimt en op het afval c.q. de lading loopt. De belangrijkste gevaren van deze methode van afnetten is dat de chauffeur bij het aanbrengen of het verwijderen van het losse net struikelt, zich verstapt, wegglijdt of zijn evenwicht verliest en daardoor van de containerrand valt of in het afval terechtkomt. Het letsel varieert daarbij van knieblessures en geschaafde scheenbenen wanneer men op de rand valt, tot aan kneuzingen van diverse ledematen, hersenschuddingen of botbreuken. Ook een dodelijk ongeval is denkbaar.

Afzetcontainers zijn tot 2,5 meter hoog. Containers op voertuigen, aanhangers of trailers zijn tot 4 meter hoog. Volgens de wet moet de werkgever met doelmatige maatregelen gevaar voor vallen van hoogte voorkomen vanaf 2,5 meter hoogteverschil en ook bij een kleiner hoogteverschil als er risicoverhogende omstandigheden zijn; de mogelijkheid om in afval terecht te komen is een risicovolle omstandigheid. De werkgever legt de noodzakelijke maatregelen om valgevaar te voorkomen vast in de RI&E; zie de maatregel Beschrijven werken op hoogte en maatregelen in de RI&E. In de maatregel Treffen voorzieningen bij afnetten zijn verschillende methoden beschreven die in de dagelijkse praktijk toepasbaar zijn.

Hierboven is een foto van een verboden werkmethode van afnetten geplaatst. Deze methode was in de afvalbranche heel normaal (en wordt heel soms - geheel ten onrechte - nog wel eens gebruikt). De werkwijze is niet toegestaan, omdat deze onveilig is door het valgevaar bij verlies van balans.

Er zijn voor verschillende situaties alternatieve manieren van afnetten die wel veilig zijn. De veilige werkmethoden zijn uitgebreid beschreven in de maatregel Treffen voorzieningen bij afnetten.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 26 april 2023, 20:16 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Valgevaar bij storten bij hoogteverschil

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij werkzaamheden en storten (lossen) bij een stortgat, een bunker, een put of vanaf een verhoogd perron is sprake van gevaar voor vallen vanaf hoogte. Vanaf of in deze voorzieningen wordt afval gelost door het erin of er vanaf naar beneden te storten. Het voertuig rijdt achteruit tot aan de rand om te kunnen lossen. Gemorst afval wordt opgeruimd, soms gebeurt dit nabij de rand van een hoogteverschil. In dat geval is het niet mogelijk om minimaal 4 meter weg bij de rand te blijven of een vast hekwerk plaatsen waarmee vallen van hoogte wordt voorkomen.
Vallen van hoogte is een gevaar met grote kans op ernstig letsels of zelfs met dodelijke afloop.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 26 april 2023, 11:02 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Vallende en wegschietende voorwerpen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij alle arbeidsplaatsen van bedrijven in de afvalbranche bestaat gevaar voor vallende en wegschietende voorwerpen. Dit geldt bij de afvalinzameling als los afval naar beneden valt. Of afval dat uit containers valt of waait en dan op een milieustraat rondslingert. Uiteraard ligt er los afval op stortvloeren van een tussenopslag. Bij afvalenergiecentrales wordt regelmatig boven en onder elkaar gewerkt, waarbij voorwerpen door een roostervloer kunnen vallen. Ook bij andere vormen van afvalbe- en verwerking kan het voorkomen dat mensen boven en onder elkaar werken. Het is dus goed mogelijk dat gereedschappen en onderdelen naar beneden vallen.

Vallende voorwerpen kunnen leiden tot direct letsel aan personen, maar het is ook mogelijk dat iemand schrikt doordat er iets naast hem valt. Die schrikreactie kan leiden tot nieuwe incidenten zoals aanraking van hete delen, verstappen en dergelijke. Ook geraakt worden door vallend of wegschietend afval bijvoorbeeld in een sorteercabine kan leiden tot letsel.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
Laatst gewijzigd op: 24 april 2023, 18:13 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Bij het reinigen van (hoofd)riolen doet zich het risico voor van een terugkomende slang (terugslag) met spuitkop uit de put. Als dit gebeurt, ontstaat een onveilige situatie voor de machinist, de andere reiniger(s) van het riool en eventuele omstanders. Om het risico van een terugkomende slang bij het reinigen van het (hoofd)riool zo veel mogelijk te beperken, moeten maatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid