Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Laatst gewijzigd op: 7 mei 2025, 16:02 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Het is strikt verboden om op het dak van de inzamelwagen te klimmen, omdat dit een onacceptabel gevaar op vallen van hoogte geeft. De inzamelwagen heeft immers geen veilige voorzieningen om veilig naar het dak te klimmen. De belangrijkste gevaren zijn dat de chauffeur:

  • onvoldoende houvast heeft tijdens het naar boven klimmen
  • zijn evenwicht verliest of wegglijdt bij het lopen over het dak

Wanneer de chauffeur valt, komt hij meestal terecht op de verharde weg. Daarbij varieert het letsel varieert van kneuzingen van diverse ledematen, hersenschuddingen of botbreuken, tot zelfs een dodelijke afloop. Vanaf 2,5 meter hoogteverschil zijn maatregelen nodig om valgevaar te voorkomen, maar belangrijker nog is het wegnemen van de oorzaak om te klimmen naar het dak van de wagen.

Het is belangrijk om de oorzaak te achterhalen waarom de chauffeur op de wagen klimt en de reden ervoor mogelijk weg te nemen. Dit heet de bronaanpak.

Er zijn 2 situaties waarin het doen van een handeling op het voertuigdak nodig is, namelijk:

  • uit de container gevallen afval van het dak verwijderen
  • de beveiliging van de kraan resetten

Het is verboden om zonder een klimvoorziening op het dak van een voertuig te klimmen. Wanneer er onderweg toch op het dak van de wagen gewerkt moet worden, dan moet er in ieder geval voor gezorgd worden dat dit op een veilige manier gebeurt. Een relatief gemakkelijke oplossing is het oproepen van een servicewagen die beschikt over een goedgekeurde ladder, zodat er in ieder geval veilig klimmaterieel is.

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 15 december 2025, 15:19 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Brand in inzamelvoertuig

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de inzameling van huishoudelijk afval, bedrijfsafval en gevaarlijk afval kan in het inzamelvoertuig gevaar voor brand of explosie ontstaan door onder andere:

  • Spontane zelfontbranding van materialen
    Stoffen zoals asresten vanuit barbecue of olie- of verfresten in doeken kunnen gaan broeien door oxidatie. In afgesloten omgevingen zonder ventilatie kan dat leiden tot zelfontbranding. Ook afval dat (te) lang ligt, bijvoorbeeld in tussenopslag, voordat het wordt afgevoerd en verwerkt, kan spontaan gaan ontbranden; zie hiervoor bij het gevaar Broeibrand.

  • Restanten van brandbare vloeistoffen
    Van bijvoorbeeld terpentine, benzine of verfafbijt in het restafval of bedrijfsafval kunnen dampen zich ophopen in afgesloten containers of voertuigen met gevaar voor explosie als gevolg.

  • Samenkomst van chemische stoffen
    Vooral bij gevaarlijk afval kan het mengen van vloeistoffen zoals zuren en basen, of bleekmiddel en ammoniak, leiden tot heftige reacties, gasvorming of zelfs explosies.

  • Onjuiste inzameling van lithium-ion batterijen
    Batterijen uit telefoons, e-bikes, laptops of elektrisch gereedschap kunnen bij beschadiging spontaan ontbranden of ontploffen, vooral als ze in contact komen met metalen of geplet worden in het inzamelvoertuig.

  • Onjuiste inzameling van drukhouders
    Drukhouders zoals lachgas cilinders kunnen door het persmechanisme ontploffen met alle gevolgen van dien.

  • Vonken door metaal op metaal of mechanische wrijving
    In perswagens of bij het legen van containers kunnen metalen voorwerpen vonken veroorzaken. Als daar dan brandbare stoffen of gassen aanwezig zijn, kan dat brand of explosie tot gevolg hebben.

Brand kan gevaarlijke effecten hebben op omgeving en medewerkers, onder andere door blootstelling aan hoge temperaturen en gevaarlijke stoffen in rook.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Noot voor individuele afvalbedrijven:
    in het kader van het voorkomen van onnodige schade aan inzamelvoertuigen bij het blussen van een brand is het de moeite waard om de lokale brandweer een keer uit te nodigen kennis te maken met de inzamelvoertuigen en hun verschillende typen brandstof. Dan is de brandweer bij een melding van brand voorbereid op kwetsbare punten in het inzamelvoertuig en kunnen zij in het aanvalsplan gericht rekening houden met het voorkomen van schade aan bijvoorbeeld het persmechanisme.
  • Toekomstgericht kan het lonen om, in het kader van de arbeidshygiënische strategie, met fabrikanten van inzamelvoertuigen (bijvoorbeeld bij overleg over de norm NEN 1501) te bezien of het inzamelvoertuig zó geconstrueerd kan worden dat het geperste gedeelte echt luchtdicht wordt afgesloten; dan zal een brand in de lading immers vanzelf doven. Anderzijds is het de vraag welke winst dit op het gebied van de verbetering van arbeidsomstandigheden zou brengen.
Laatst gewijzigd op: 4 januari 2022, 18:36 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Alleenwerk in de afvalbranche

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Een ‘alleenwerker’ is een persoon die arbeid verricht buiten gehoorafstand en/of het gezichtsveld van een collega of andere persoon. Er is dus niemand in de onmiddellijke nabijheid die in geval van een incident zelf hulp kan verlenen of hulpverlening kan inroepen.

Iemand die alleen werkt, loopt over het algemeen dezelfde gevaren als een werknemer die dezelfde werkzaamheden in het bijzijn van andere personen uitvoert. Voor de alleenwerker is er wél een extra risico, wanneer hij in een hulpbehoevende situatie komt en niet zelf meer in staat is om hulp van een ander in te roepen. Het extra risico voor iemand die alleen werkt, is dus vaak niet zozeer afhankelijk van de oorzaken, maar vooral van de mogelijke gevolgen van een bijzondere situatie zoals bij een gevaar of een ongeval. Daarbij zijn er vaak drie factoren die een rol spelen:

  • de aard en de gevaren van het werk en de werkomgeving
  • de gezondheid en de leeftijd van de werknemer
  • de communicatie tussen de bedrijfslocatie en de hulpverlening
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:38 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in een reinigingstrommel voor teerasfalt

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de activiteit Bewerken van gevaarlijk afval wordt onderhoud gedaan aan de thermische reiniging voor het verwerken van teerhoudend asfalt. Daarbij is voor onderhoud soms betreding van de trommel ofwel de boiler waarin de reiniging plaatsvindt, noodzakelijk. Omdat de thermische reinigingstrommel een besloten ruimte is, dienen voorafgaand aan het uitvoeren van de beoogde handelingen de noodzakelijke voorzorgs- en beschermingsmaatregelen te worden genomen.

Wet- en regelgeving 

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de reinigingstrommel is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Voorlichting over werken in besloten ruimte

Alle organisatorische maatregelen

  • Aanwijzen mangatwacht
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel
  • Organiseren bedrijfshulpverlening (bhv) trommel|boiler voor thermische reiniging van teerhoudend asfalt
  • Toepassen werkvergunning trommel|boiler voor thermische reiniging van teerhoudend asfalt
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 december 2025, 00:16 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken met ondergrondse containers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In binnensteden wordt gebruik gemaakt van ondergrondse containers bij het inzamelen van diverse afvalstromen. Ook bij bedrijven worden soms ondergrondse containers geplaatst. Met een inzamelwagen voorzien van een autolaadkraan, ook wel kraantrechterwagen genoemd, worden deze containers geleegd. In het Arbobesluit worden voor hijswerkzaamheden specifieke regels gesteld. De bediener van hijs- en hefmiddelen moet voldoende kennis en ervaring hebben om het werktuig veilig te bedienen. Centraal staat dat de gebruiksaanwijzing van de fabrikant/leverancier van het hijs- of hefwerktuig moet worden opgevolgd. Alleen de werknemers die met het bedienen van de laadkraan belast zijn, mogen het werktuig bedienen. Voordat het arbeidsmiddel gebruikt wordt, dient gecontroleerd te worden of het veilig kan worden ingezet, ook voor eventuele derden zoals omstanders en het verkeer. Ook voor het voorkomen en het beheersen van de andere gevaren van het werken met ondergrondse containers dan hijsen stelt de regelgeving eisen. Dit onderdeel van de arbocatalogus is van toepassing op:

  • de chauffeur kraantrechterwagen die handelingen verricht zoals laden en lossen
  • de machinist die handelingen verricht zoals schoonmaken van ondergrondse containers
  • de monteur die reparatie en onderhoud verricht

Het hijsen van ondergrondse containers met een autolaadkraan brengt verschillende gevaren met zich mee, waarbij de belangrijkste specifieke gevaren zijn:

  • de container kan uit het hijsblok vallen
  • afval kan uit de container vallen en de medewerker of omstanders raken
  • vallen in put van de gehesen ondergrondse container met name omstanders die onvoldoende van de situatie op de hoogte zijn
  • vallen van hoogte, bij het op de wagen klimmen om bijvoorbeeld vuil te verwijderen

In een uitzonderlijk geval kan de container dus uit het hijsblok vallen. Het is van groot belang dat:

  • de haken van de gebruikte hijsblokken zijn beveiligd, zodat de last niet van de haken kan glijden
  • alle personen voldoende afstand houden, zodat de last niet op de medewerker of een omstander kan vallen

Naast de gevaren van hijsen en vallen van hoogte zijn de volgende gevaren aanwezig:

  • blootstelling aan uitlaatgassen, in veel gevallen dieselmotoremissie van de inzamelwagen
  • fysieke belasting door in- en uitstappen van de cabine van de kraantrechterwagen
  • agressie van omstanders en mentale belasting tijdens het laden van de wagen
  • deelname aan het wegverkeer en werkzaamheden op bedrijfsterreinen
  • de gevolgen van alleen werken, dus zonder een collega in de nabijheid
  • extreme weersomstandigheden zowel in de zomer als in de winter, met name hard wind en gladheid

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever voert een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) van de afvalinzameling met een kraantrechterwagen uit. Op grond van de bevindingen in de RI&E treft hij beheersmaatregelen uit de arbocatalogus of vervangt deze door beheersmaatregelen met een gelijkwaardig of hoger beschermingsniveau. Indien de beheersmaatregelen uit de arbocatalogus onvoldoende bescherming bieden dan stelt de werkgever in overleg met de medezeggenschap aanvullende beheersmaatregelen vast. Bovendien geeft de werkgever de betrokken medewerkers voorlichting en onderricht over de risico's van de werkzaamheden en de te treffen voorzorgsmaatregelen om de gevaren weg te nemen of in elk geval te beperken.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 25 juli 2018, 17:49 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Hogedrukwaterreiniging

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

(Bron: paragraaf 4.8 van het voorschrift Veilig werken bij rioleringsbeheer)

Bij hogedrukwaterreiniging kan drukslag (stootgevaar) optreden of kan men blootgesteld worden aan water onder hoge druk, waardoor persoonlijk letsel kan optreden. Tevens kunnen hogdrukslangen (HD-slang) uit de put losschieten, waardoor een slang onder hoge druk ongecontroleerd kan rondzwaaien met kans op letsel.
 

Laatst gewijzigd op: 17 december 2025, 19:08 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid, zoals het toezien op het dragen van zichtkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen. De tekst van de paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van uitzendkrachten is verplicht.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van zichtkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie voorafgaand aan de papierinzameling, en het houden van toezicht op het dragen van zichtkleding, het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en het naleven van de veiligheidsvoorschriften tijdens de papierinzameling. Binnen de branche wordt ingezien dat er aan het werken met vrijwilligers bijzondere veiligheidsrisico’s verbonden zijn en het beter is om deze reden uitsluitend goed opgeleide professionals in te zetten. Echter lokale overheden vereisen in aanbestedingen en lopende contracten nog de inzet van vrijwilligers van plaatselijke verengingen. De paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van vrijwilligers is verplicht.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 6 maart 2026, 12:08 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Agressie en geweld

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Onder agressie en geweld wordt verstaan voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Ook bedreigingen aan het privé front en thuisadres behoren tot het thema agressie en geweld tijdens het werk. 

Agressie en geweld leidt tot werkstress dat tot ernstige gezondheidsschade leiden zoals psychische klachten, overspannenheid, burnout en hart- en vaatziekten. Fysieke agressie kan behalve tot stress ook leiden tot lichamelijk letsel. Tot agressie en geweld behoort onacceptabel gedrag zoals schreeuwen, uitschelden, schoppen, slaan, spugen en dergelijke. Dit onderdeel van de arbocatologus richt zich specifiek op het risico Agressie en geweld. Agressie en geweld valt onder de verzamelnaam psychosociale arbeidsbelasting naast werkdruk en de ongewenste omgangsvormen seksuele intimidatie, pesten en discriminatie.

In de branche zijn er diverse voorbeelden van agressief gedrag die medewerkers van afvalbedrijven in de praktijk meemaken. Bijvoorbeeld op de openbare weg gebeurt het regelmatig dat personeel te maken krijgt met agressieve medeweggebruikers, bijvoorbeeld wanneer zij hinder ervaren doordat de doorgang even is geblokkeerd. Een ander voorbeeld is het personeel op de milieustraat dat te maken heeft met geweld of agressiviteit door klanten. Dit is voornamelijk het geval wanneer personeel moet weigeren afval te accepteren in verband met de aard van het afval of de wijze waarop het afval is aangeboden. Specifiek acceptanten en controleurs in de milieustraat en het KGA-depot alsmede bij diverse afvalbewerkende en -verwerkende activiteiten, kunnen om laatstgenoemde redenen met agressie te maken hebben. Agressie en geweld is niet te verwachten op het eigen bedrijfsterrein dat niet voor publiek toegankelijk is.

Agressie is, net zoals lachen en huilen een uiting van emotie. Een persoon is boos en gedraagt zich in dat geval vijandig. In zo’n geval is het belangrijk de persoon op de juiste manier te woord te staan. Als professional moet je altijd je zelfbeheersing bewaren. Werknemers die merken dat ze emotioneel worden, doen er goed aan om direct de ondersteuning van een collega of baas in te roepen.

Mocht er toch een incident plaatsvinden dan is het doen van aangifte belangrijk. Het kan zijn dat de medewerker (het slachtoffer) geen aangifte wilt doen, bijvoorbeeld uit angst voor rancune, of uit angst om zwak over te komen. De werkgevers in de afvalbranche kunnen het beleid hebben om aangifte te doen vanuit de organisatie, omdat de norm is overschreden; daarbij moet de medewerker wel een verklaring over het incident afgeven al dan niet in persoon. Het is dan niet de medewerker die ‘overgevoelig’ of ‘zwak’ is, maar de organisatie vindt dat het gedrag onacceptabel is. De werkgever geeft via een aangifte een krachtig signaal af dat de organisatie agressie niet normaal vindt.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatreglen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over agressie en geweld
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Beperken van agressie en geweld
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Voor informatie, advies en hulp bij agressie op het werk kunt u terecht bij verschillende organisaties, zoals:

  • uw leidinggevende, of uw bedrijfsarts of vertrouwenspersoon
  • Slachtofferhulp Nederland met 75 bureaus in Nederland: telefonisch contact via 0900-0101 te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak; Het bedrijf kan de werknemer helpen bij het doen van aangifte of melding
  • het Juridisch Loket met 30 vestigingen in Nederland; telefonisch contact via 0900-80 20 (€ 0,10 per minuut) te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 20.00 uur
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van een (dodelijk) arbeidsongeval
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van oneerlijk, ongezond of onveilig werk
Laatst gewijzigd op: 19 december 2025, 15:52 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Houtstof bij afvalverwerking

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het shredderen en/of het daarna zeven van hout komt stof vrij. Dit vrijkomende houtstof kan door werknemers worden ingeademd of op de huid terecht komen, waarna negatieve effecten op de gezondheid kunnen ontstaan. Naast gezondheidseffecten is hout een brandstof en ontstaat onder bepaalde omstandigheden gevaar voor stofexplosie. Een stofontploffing kan optreden als houtstof in fijn verdeelde vorm wordt opgewerveld, zoals in een stofzak van een afzuiging, én intensief met lucht - of een ander zuurstofhoudend gas - wordt gemengd voordat hierbij een ontsteking komt.

Het gezondheidseffect van de verschillende houtsoorten is verschillend. Een aantal houtsoorten bevat bestanddelen of is bewerkt met stoffen die irriterende, allergene of kankerverwekkende eigenschappen hebben. De mate hiervan is per soort afvalhout verschillend. De gezondheidsrisico's en gezondheidseffecten variëren door:

  • de houtsoort
  • het type bewerking
  • de afmetingen en het gewicht van de houtstofdeeltjes
  • het verschil in giftige werking (toxiciteit)
  • het verschil in vochtgehalte

Effecten op de gezondheid

De belangrijkste gezondheidsklachten die werknemers hebben als zij worden blootgesteld aan houtstof zijn:

  • Huidaandoeningen:
    Contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan overgaan in een chronisch huideczeem. Personen die daarvoor gevoelig zijn, krijgen een allergische huidreactie als gevolg van bepaalde stoffen in het hout. Eczeem kan ontstaan op de handrug, het hoofd en de hals. Andere huidklachten zijn huidverkleuringen en ontstekingen van haarwortels.
  • Oogaandoeningen:
    Het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid (het niet kunnen verdragen van licht).
  • Luchtwegaandoeningen:
    Houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis. Veel luchtwegaandoeningen zijn een allergische reactie op houtstof. Allergieën worden vaak in de loop der jaren opgebouwd. Iemand kan dus jaren zonder problemen in een stoffige ruimte werken en plotseling last krijgen van allergische verschijnselen.
  • Kanker: stof van hardhoutsoorten kan kanker veroorzaken.

Hardhoutstof is opgenomen op de wettelijke lijst kankerverwekkende stoffen.

Schadelijke toevoegingen: hout kan bewerkt zijn met schadelijke en/of kankerverwekkende toevoegingen waaronder lijm dat formaldehyde kan bevatten, verf en middelen voor houtverduurzaming.

Voorbeelden van hardhout zijn: berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, esp, haagbeuk, iep, kastanje, kers, linde, notenboom, plataan, populier, walnoot, wilg en de tropische hardhoutsoorten balsa, ebbe, iroko, kauriden, mahonie, mansonia, meranti, palissander en teak.

Kritische afvalstromen, processen en blootstellingsrisico’s

Bij afvalhout uit inzameling of na sortering is het niet uit te sluiten dat deze afvalstroom hardhout bevat. Via acceptatievoorwaarden wordt afgedwongen dat houtstof niet als afvalhout wordt aangeboden.
Het behandelen in op- en overslag van afvalhout geeft nauwelijks stofvorming en een verwaarloosbare blootstelling aan hardhoutstof.
Het bewerken van afvalhout bestaat uit breken, verkleinen, sorteren, zeven en op transportbanden verplaatsen van afvalhout. Bij deze processen wordt een machinale shredder ingezet. Daarbij is er een kans op stofvorming, verspreiding in de ademlucht en daarmee blootstelling aan hardhoutstof.
Na bewerking komt, afhankelijk van de vervolgactiviteiten, houtstof vrij bij handelingen met de geshredderde en/of gezeefde houtsnippers. Ook bij het handmatig scheppen, het vegen en het verplaatsen van droge materialen, vervuiling of houtafval met daarin droog stof, kan houtstof in de lucht vrijkomen.
Tijdens het bewerken van hout en verwerken van houtsnippers kunnen in en nabij de installaties en in zones daar omheen verhoogde concentraties van droog respirabel houtstof voorkomen, waardoor er kans is op overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof.

Wet- en regelgeving 

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • het beschrijven van blootstelling aan hardhoutstof en bijbehorende maatregelen in RI&E
  • het voorlichten van de werknemers over blootstelling aan hardhoutstof binnen het bedrijf
  • het verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • het bieden van goede sanitaire voorzieningen
  • het nemen van maatregelen om blootstelling aan houtstof bij de verwerking te beperken
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie: werkinstructie Stofexplosiegevaar (2022)
  • Aanpak inhaleerbare allergene stoffen op de werkplek. SER advies 2009
  • Risico houtstof op website Arboportaal
  • De Gezondheidsraad heeft in juli 2000 een gezondheidskundige grenswaarde voor houtstof van 0,2 mg/m³ geadviseerd, daarbij ervan uitgaande dat houtstof wordt beschouwd als (carcinogene) stof met drempelwaarde. Wanneer echter houtstof wordt beschouwd als carcinogene stof zonder drempelwaarde dan zou, conform de aanpak met risicogrenzen, een grenswaarde moeten liggen tussen de 0,06 mg/m³ en 5,8 mg/m³ als TGG-8uur. Voor hardhout is inmiddels vast komen te staan dat sprake is van een carcinogene stof; zachthout is als verdacht carcinogeen aangemerkt. 
  • In een (verdeeld) advies (2007) van de SER is aan de Minister voorgesteld om de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof per 1 januari 2009 te verlagen tot 1 mg/m³ inhaleerbaar stof (0,5 mg/m³ voor totaal houtstof), gemeten over een 8-urige werkdag, wat wordt gebaseerd op de aanbeveling uit het rapport SCOEL (2003). De SCOEL constateert dat blootstelling boven 1 mg/m³ inhaleerbaar stof kan leiden tot schadelijke effecten aan de longen.
  • Afvalhout bestaat voornamelijk uit:
    • afvalhout ontstaan bij het bouwen en slopen van bouwwerken (raam- en deurkozijnen, kapconstructies, stijl- en regelwerk)
    • plaatmaterialen uit de (stand)bouw
    • pallets
    • houten meubels (kasten, tafels, magazijnstellingen e.d.)

    Het hout dat hiervoor wordt gebruikt is voornamelijk vurenhout. Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Dit hout is niet alleen makkelijk te bewerken maar ook relatief goedkoop. Het wordt ook veel verkocht in doe-het-zelf bouwmarkten. In Nederland is vuren de meest gebruikte naaldhoutsoort, en daarmee de meest gebruikte houtsoort. Gelet op de herkomst van het afvalhout zal dit voor circa 60 tot 80% uit vurenhout bestaan. Hout van de fijnspar wordt niet gezien als hardhout.

Laatst gewijzigd op: 18 december 2025, 13:06 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gevaarlijke gassen in afvalenergiecentrales

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Op diverse plaatsen in installaties voor verbranding van afval, biomassa of slib kunnen gevaarlijke gassen aangetroffen worden. Bij verhelpen van storingen, inspecties, reparaties, schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden in bepaalde ruimten is blootstelling aan verbrandingsrook, gevaarlijke gassen en dampen niet uitgesloten. Daardoor ontstaan levensbedreigende situaties in geval van een te hoog of te laag zuurstofgehalte in de lucht, verstikking of vergiftiging door een gas. In de rookgasreiniging ontstaat ozon (O3) bij een in bedrijf staand E-filter. Bij het verladen van langdurig opgeslagen bodemas moet met het vrijkomen van H2S rekening worden gehouden. In de slakopwerkingsfabriek ontstaan zwavelwaterstof (H2S) en koolmonoxide (CO). Fosfine (PH3) reageert direct met zuurstof en is dus boven ruwe bodemas niet aanwezig; als de stof toch wordt gemeten, dan is er sprake van een verstoring in de meetmethode.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid