Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

In ontwikkeling

Werken in een brekertrommel voor teerasfalt

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de activiteit Bewerken van gevaarlijk afval wordt onderhoud gedaan aan de thermische reiniging voor het verwerken van teerhoudend asfalt. Daarbij is voor onderhoud soms betreding van de trommel noodzakelijk. Omdat de thermische reinigingstrommel een besloten ruimte is, dienen voorafgaand aan het uitvoeren van de beoogde handelingen de noodzakelijke voorzorgs- en beschermingsmaatregelen te worden genomen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Hogedrukwaterreiniging

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

(Bron: paragraaf 4.8 van het voorschrift Veilig werken bij rioleringsbeheer)

Bij hogedrukwaterreiniging kan drukslag (stootgevaar) optreden of kan men blootgesteld worden aan water onder hoge druk, waardoor persoonlijk letsel kan optreden. Tevens kunnen hogdrukslangen (HD-slang) uit de put losschieten, waardoor een slang onder hoge druk ongecontroleerd kan rondzwaaien met kans op letsel.
 

Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie bij en het houden van toezicht op de veiligheid bij de papierinzameling.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in kruipruimte

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Een kruipruimte is een lage ruimte onder de begane grondvloer van een woning of kantoorgebouw die veelal wordt bereikt door een kruipluik. Bij de activiteit rioleringsbeheer worden kortdurende werkzaamheden aan de binnenriolering verricht, zoals bij het verhelpen van een verstopping in een PVC-leiding.

Het werken in een kruipruimte brengt specifieke risico's met zich mee. Gevaren die kunnen optreden zijn: bedwelming, beknelling, valgevaar, elektrocutie en vuile of vochtige ondergrond.

LMRA verplicht

Voordat de kruipruimte mag worden betreden moet er een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) worden uitgevoerd. De medewerker ter plaatse inventariseert of er een vermoeden van een onveilige atmosfeer in de kruipruimte is. De aanwezigheid van damp, stank of een gaslucht zijn belangrijke indicatoren voor een onveilige atmosfeer in de kruipruimte. Indien er uit de LMRA een vermoeden van een onveilige atmosfeer blijkt, dan moet de procedure werken in een besloten ruimte worden gevolgd.

Belangrijk:

Er zijn specifieke maatregelen noodzakelijk bij het betreden van besloten ruimten zoals de percolaatput en trommels bij de activiteit Composteren, de gasputten bij de activiteit Storten, de ketels en tanken bij de activiteit Verbranden en de rioolstelsels en gemalen bij de activiteit Rioleringsbeheer.

Indien er uit de LMRA géén vermoeden van een onveilige atmosfeer is, dan kan de kruipruimte worden betreden zonder dat er een gasmeting wordt verricht. Wel moeten de maatregelen voor het veilig werken in een kruipruimte worden genomen.

Bij diverse bedrijven in de branche, voornamelijk bij de activiteit Milieustraat en de activiteit Bewerken, is een weegbrug aanwezig; bij betreding van de ruimte onder de weegbrug gelden dezelfde voorwaarden als bij het betreden van een kruipruimte.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Beschrijving van het risico 

Een van de risico's die men loopt bij het inzamelen van afval is dat de inzamelaar onverwacht in aanraking komt met klein chemisch afval (KCA afkomstig van bedrijven) of klein gevaarlijk afval (KGA afkomstig van huishoudens) dat, al dan niet onbedoeld, in het afval terecht is gekomen. Het risico is afhankelijk van de eigenschappen van het KCA/KGA, op welke wijze het is verpakt, in hoeverre het KCA/KGA als zodanig herkend wordt, correcte verpakkingsgegevens en/of etiketgegevens aanwezig zijn en de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na het in aanraking komen met het afval.

Het huishoudelijk gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis, de chemokart of via de milieustraat apart ingezameld om te voorkomen dat het op straat komt te staan, waar het ook bijvoorbeeld voor kinderen bereikbaar is. Tevens geeft dit de begeleider de mogelijkheid onderscheid te maken tussen huishoudelijk gevaarlijk afval en ander afval dat niet bij de chemokar moet worden ingeleverd. Ook kleine hoeveelheden gevaarlijk afval dat vrijkomt bij bedrijven wordt apart ingezameld.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Gevaarlijk afval (algemeen)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Inspectie SZW toetst het onderdeel Transport van gevaarlijk afval niet omdat het geen arboregelgeving betreft maar RDW-eisen.

Beschrijving van het risico 

Inzamelen

Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij bedrijven opgeslagen in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen bijvoorbeeld PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Ook bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Milieustraat / KCA depot

Gevaarlijke afvalstoffen behoren in het KCA/KGA depot opgeslagen te zijn in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen, met name PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Het afval moet uit de opslag in het transportvoertuig geladen worden. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Bewerken

Afhankelijk van de be-/verwerker worden afvalstoffen op de locatie uit de verpakkingen gehaald of verpompt. Bij een aantal processen worden ze nog verwarmd. Bij al deze processen is het mogelijk dat gevaarlijke stoffen vrijkomen waar de medewerkers aan worden blootgesteld.

Gevaarlijk afval wordt op diverse manieren bewerkt. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • destillatie
  • chemische/fysische scheiding
  • opbulken
  • overpakken naar grotere of kleinere verpakking
  • drogen, persen, centrifugeren en dergelijke
  • verkleinen door middel van shredder

Storten

Aangeboden stortmateriaal moet voldoen aan acceptatiecriteria. Daarover worden in het algemeen voorafgaand aan aanvoer op de stortplaats afspraken gemaakt. Echter, in het aanbod kan altijd sprake zijn van onverwachte zaken die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of risico’s met zich mee kunnen brengen. Hierbij gaat het voornamelijk om gevaarlijke stoffen, stofvorming en gassen en dampen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Transport van gevaarlijk afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Dit onderdeel is niet getoetst, omdat eisen aan voertuigen zijn beschreven en dat is niet geregeld in de Arbowet.

Beschrijving van het risico 

Gevaarlijk afval is afval dat gevaarlijk is voor mens, dier of milieu. Enkele voorbeelden van gevaarlijk afval zijn asbesthoudend afval, afvalstoffen die zware metalen, polychloorbifenyleen (PCB’s), bestrijdingsmiddelen, (minerale) oliehoudende afvalstoffen, oplosmiddelhoudend afval, batterijen en accu’s.

De Europese afvalstoffenlijst (EURAL) bevat circa 800 verschillende afvalstoffen, deels gerangschikt naar herkomst, namelijk de bedrijfstak of bedrijfsactiviteit waarbij de afvalstof vrijkomt of naar soort van afvalstof. Elke afvalstof is voorzien van een zes-cijferige code (euralcode). De afvalstoffen waarvan deskundigen hebben vastgesteld dat deze per definitie als gevaarlijk moeten worden beschouwd zijn te herkennen aan een * (ster) achter de euralcode. Afvalstoffen waarvan is bepaald dat ze altijd als niet-gevaarlijk mogen worden beschouwd hebben geen toevoeging.

Gevaarlijk afval dat wordt ingezameld, wordt veelal getransporteerd vanaf het inzameladres van de ontdoener naar het adres waar de afvalstoffen worden bewerkt of verwerkt. Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid afvalstof bestaan risico's bij het laden, vervoeren en lossen. Indien gevaarlijke stoffen uit een verpakking of transportvoertuig vrijkomen, ontstaat het er een risico op blootstelling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gevaarlijk afval vanuit een kleine verpakking wordt omgepakt in een grotere verpakking; hier zijn meer voorbeelden van kans op blootstelling opgenomen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan diverse gevolgen hebben, zoals brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke. Bij een ontvlambare of licht ontvlambare vloeibare afvalstof kunnen brandbare dampen ontstaan. Hierdoor is er gevaar voor brand of explosie.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Beknellingsgevaar

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche wordt veelvuldig gewerkt met, aan en in complexe machines en installaties. Bij de normale bedrijfsvoering zijn noodzakelijke beveiligingen aangebracht en worden deze gebruikt. Op machines moet een voorziening voor een noodstop aanwezig zijn. Arbeidsmiddelen met gevaar voor beknelling in de afvalbranche zijn ondermeer: 

  • kraakperswagen, de perscontainer, de autolaadkraan, op- en afladen van containers of andere bewegende delen bij inzamelen
  • op- en afladen van containers en vallende materialen bij de milieustraat
  • breekmachines, shredders en sorteerbanden bij bewerken
  • verkleiner, ventilatoren, shredders, transportbanden, pompen, zeeftrommels of omzetmachines bij composteren en vergisten
  • verkleiner (voorscheiding), rotorschaar, ventilatoren, shredders, pompen, zeeftrommels, omzetmachines of transportbanden bij afvalenergiecentrales
  • klep van containerauto, grijper en compactor bij storten

Bij het verhelpen van storingen bestaat de kans dat lichaamsdelen in een onderdeel van het arbeidsmiddel bekneld raken. Lichaamsdelen kunnen bekneld raken doordat machines onverwacht in beweging komen, bewegende delen sneller bewegen dan verwacht of als iemand denkt snel iets uit de weg te kunnen halen. Bij beknelling van lichaamsdelen kan ernstig letsel ontstaan. Daarom is het noodzakelijk om altijd voldoende beveiligingen op de arbeidsmiddelen en toezicht op het naleven van werkinstructies te hebben, zowel voor het reguliere werk als bij het verhelpen van storingen; ook bij onderhoud, reparaties en schoonmaak zjn maatregelen nodig om beknelgevaar te voorkomen.

De maatregel Geven werkinstructie is verplicht bij het bedienen van arbeidsmiddelen. Er zijn voorbeeld werkinstructies beschikbaar voor:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar van ladder of trap

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Het gebruik van ladders of trappen als werkplek op hoogte is niet toegestaan, tenzij het gaat om lichte en kortstondige werkzaamheden op wisselende locaties, en alleen onder strikte voorwaarden. Mobiele ladders zijn bedoeld om een hoger (of lager) gelegen niveau te bereiken en (in principe) niet als werkplek.

Er bestaat een duidelijk verband tussen de hoogte waarvan iemand valt en de ernst van het letsel of de kans op sterfte. Uit onderzoek blijkt dat de kans op botbreuken, ernstig letsel en sterfte toeneemt bij een toenemende valhoogte. Op basis van de beschikbare kennis is er, volgens de Gezondheidsraad, geen veilige grens voor de valhoogte vast te stellen. Vallen van een hoogte lager dan 2,5 m kan namelijk tot (blijvend) letsel leiden. Een hoogte van 2,5 meter wordt in het Arbobesluit als norm gehanteerd. Toch verplicht het Arbobesluit ook tot het nemen van maatregelen bij lagere werkhoogten indien valgevaar bestaat (zorgplicht).

Definitie van een ladder

De definitie van een ladder is: draagbaar klimmaterieel bestaande uit stijlen (ladderbomen), sporten en beslag. Er zijn enkele en meerdelige niet vrijstaande ladders: schuif- of optrekladders, telescopische ladders, en opsteekladders, en meerdelige vrijstaande ladders (A-ladders of reformladders) en vouwladders.

Definitie van een trap

Trappen zijn draagbaar klimmaterieel met een vaste lengte, bestaande uit stijlen (bomen) en (platte) treden. De trap kan zijn voorzien van een platform; dit heet een bordestrap. Er zijn enkel oploopbare trappen zoals bordes- en schilderstrappen en dubbel oploopbare trappen. De arbeidsomstandigheden bij het gebruik van ladders en trappen zijn vaak mede afhankelijk van anderen zoals opdrachtgevers, ontwerpers, werkvoorbereiders en fabrikanten van hulpmiddelen en gereedschappen.

Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche worden mobiele ladders en trappen gebruikt om een niveauverschil te overbruggen ondermeer bij het ontstoppen of reinigen van dakgoten. Het gebruik van een draagbare ladder of trap brengt het gevaar van vallen van hoogte met zich mee. Bij een val kan letsel of blijvend letsel ontstaan, in het ergste geval met de dood tot gevolg. In Nederland overlijden jaarlijks gemiddeld 18 werknemers na een val van hoogte tijdens het werk en worden er 1.230 opgenomen in een ziekenhuis. Ook in de afvalbranche komt een valongeval relatief vaak voor, zo blijkt uit de ongevalsanalyse van 504 arbeidsongevallen in de periode 1998-2009. In deze periode is 22 keer een val van ladder of trap gemeld, in 3 gevallen met blijvend letsel tot gevolg.

In de afvalbranche moet voorafgaand aan het werk worden nagegaan of de voorgenomen werkzaamheid echt met een ladder moet worden uitgevoerd. Andere oplossingen dan de ladder als werkplek verdienen de voorkeur. Als er geen (operationeel-economische) belemmeringen zijn, moet worden gekozen voor het veiligste arbeidsmiddel. Een vast bordes, een hoogwerker of een steiger is vaak veiliger dan het gebruik van een ladder.

Verbod op gebruik van ladder of trap

Het gebruik van een ladder of trap is niet toegestaan indien:

  • de stahoogte van de voeten hoger is dan 7,5 m voor een ladder en 3,5 m voor een trap, of
  • de opgetelde (effectieve) statijd van het project is langer dan 6 uur of per persoon langer is dan 2 uur verspreid over een werkdag, of
  • de krachtsuitoefening op gereedschap groter is dan 10 kg (100 N), of
  • de reikwijdte op de ladder meer is dan 1 armlengte.
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij vergisting

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij een toenemend aantal composteringsbedrijven wordt een vergistingstap voorgeschakeld. Daarnaast zijn er ook stand-alone vergistingsinstallaties. Bij het vergistingsproces komt een gasmengsel vrij dat ontstaat als gevolg van de biologische processen. Dit gasmengsel wordt ook wel biogas genoemd en ontstaat bij de vergisting van organisch materiaal. De hoofdbestanddelen van biogas zijn methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2). Methaan is brandbaar waardoor bij vergistingsprocessen risico is op het ontstaan van brand en/of explosieve atmosferen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid