Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Laatst gewijzigd op: 4 december 2025, 17:00 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Winterweer rioleringsbeheer

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in koude brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij buitenwerk tijdens rioleringsbeheer met name aanwezig is door klimatologische koude. De wetgeving omtrent werken in de kou volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de gevaren van koudebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Koudebelasting is de blootstelling van het lichaam aan koude, waardoor er afkoeling van het lichaam plaatsvindt. Dit komt vanuit de externe omgeving. Het kouder worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 4 december 2025, 17:01 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Winterweer milieustraat

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in koude brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat op de milieustraat met name aanwezig is door klimatologische koude. De wetgeving omtrent werken in de kou volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de gevaren van koudebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Koudebelasting is de blootstelling van het lichaam aan koude, waardoor er afkoeling van het lichaam plaatsvindt. Dit komt vanuit de externe omgeving. Het kouder worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 4 december 2025, 17:02 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Winterweer afvalinzameling

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in koude brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij de afvalinzameling met name aanwezig is door klimatologische koude. De wetgeving omtrent werken in de kou volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de gevaren van koudebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Koudebelasting is de blootstelling van het lichaam aan koude, waardoor er afkoeling van het lichaam plaatsvindt. Dit komt vanuit de externe omgeving. Het kouder worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 11 november 2025, 10:50 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof bij beladen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand en de overslag van bouw- en sloopafval. In dit onderdeel zijn de maatregelen vermeld bij vrijkomen van kwartsstof in de buitenlucht tijdens de inzameling van bedrijfsafval.

Het vrijkomen van kwartsstof uit bouw- en sloopafval is zeer beperkt, omdat de inzameling hoofdzakelijk gebeurt met afzetcontainers en bigbags die op het voertuig worden neergezet en niet worden overgestort in de nabijheid van mensen. Uit metingen blijkt dat de blootstelling aan kwartsstof tijdens de belading van bouw- en sloopafval zeer gering is, namelijk onder de detectiegrens (<1 µg/m³); de concentratie onder de detectiegrens is met de huidige methoden niet te meten. De wettelijk verplichte maatregelen voor kankerverwekkende stoffen zijn desondanks nodig om de stofconcentratie zo laag mogelijk te houden.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof bij de belading van bouw- en sloopafval te voorkomen, zijn niet of nauwelijks te realiseren. Desondanks blijft de blootstelling aan kwartsstof tijdens de inzameling zo laag als mogelijk, in elk geval onder de wettelijke grenswaarde. Bij het ontstaan van kwartsstof bij puinbreekinstallaties en kwartsstof in hallen is het nemen van aanvullende maatregelen vaak wel noodzakelijk.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 11 november 2025, 10:52 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof bij puinbreekinstallaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Het puin dat bij puinbrekers wordt geboden bestaat voornamelijk uit baksteen, cement en beton. In deze materialen komt kwarts voor dat door bewerking in stofvorm kan vrijkomen.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Kwartsstof staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen waarbij de kans op blootstelling tot het absolute minimum moet worden teruggebracht. Dat betekent nulblootstelling daar waar dit technisch uitvoerbaar is. De wet spreekt van ‘een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde’. De wettelijke grenswaarde is 0,075 mg/m3 waarboven geen blootstelling mag plaatsvinden.

Brekers zijn wettelijk verplicht na te gaan of en in welke mate medewerkers aan kwartsstof blootgesteld worden – of kunnen worden - en moeten passende maatregelen treffen in lijn met het streven om tot nulblootstelling te komen.

Het nemen van maatregelen aan de bron is niet eenvoudig, maar het vochtig houden en besproeien van materialen en het terrein werkt doeltreffend om de concentratie kwartsstof in de lucht laag te houden. Het nemen van maatregelen moet conform de arbeidshygiënische strategie gebeuren, waarbij achtereenvolgens bronaanpak, het inzetten van collectieve maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen als tijdelijke maatregel het uitgangspunt vormen.

Mogelijke technische maatregelen om stofvorming (emissie) van kwartsstof te minimaliseren zijn:

  • sproeien van water in de brekermond
  • sproeien van water op overslagpunt van puin/granulaat
  • vernevelen van water op de brekerinstallatie
  • bevochtigen van het terrein
  • bevochtigen van binnengekomen puin
  • windzifting van productstromen met filterinstallatie op afgevangen luchtstroom
  • stofafzuiging

Rijdend materieel rondom de brekerinstallatie moet voorzien zijn van een overdrukcabine met unit stoffilters.

Mogelijke organisatorische maatregelen bij buitenwerkzaamheden aan en rond de puinbreker om blootstelling te minimaliseren zijn:

  • minimaliseren van arbeidsduur
  • bovenwinds (met de rug in de wind) werken
  • operatorruimte inrichten als cabine met toevoer van verse lucht
  • toepassen van cabine met toevoer van verse lucht bij handpicking aan de uitvoerband
  • gebruiken van adembescherming met P3 filter

Bij een puinbreekinstallatie die in een hal is opgesteld, wordt het risico kwartsstof in hallen toegepast.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Brekerbedrijven treffen de maatregelen die op de bedrijfsvoering van de puinbreker zijn toegespitst. De maatregelen dienen te zijn gericht op verdere minimalisering van de blootstelling onder de grenswaarde en op nulblootstelling in de – nabije – toekomst.

Laatst gewijzigd op: 11 november 2025, 10:49 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Kwartsstof op stortplaats

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand en de overslag van bouw- en sloopafval. In dit onderdeel zijn de maatregelen vermeld in het geval van vrijkomen van kwartsstof op de stortplaats. Bij het ontstaan van kwartsstof bij puinbreekinstallaties en kwartsstof in hallen zijn andere maatregelen belangrijk dan bij kwartsstof in de buitenlucht.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet of nauwelijks te realiseren. Het bevochten van het buitenterrein van stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding naar de omgeving te vermijden en daarmee de concentratie kwartsstof in de ademlucht te beperken. Op stortplaatsen wordt over het algemeen gewerkt op voertuigen met een overdrukcabine waardoor de blootstelling aan kwartsstof onder de grenswaarde blijft.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 december 2025, 19:08 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid, zoals het toezien op het dragen van zichtkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen. De tekst van de paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van uitzendkrachten is verplicht.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van zichtkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie voorafgaand aan de papierinzameling, en het houden van toezicht op het dragen van zichtkleding, het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en het naleven van de veiligheidsvoorschriften tijdens de papierinzameling. Binnen de branche wordt ingezien dat er aan het werken met vrijwilligers bijzondere veiligheidsrisico’s verbonden zijn en het beter is om deze reden uitsluitend goed opgeleide professionals in te zetten. Echter lokale overheden vereisen in aanbestedingen en lopende contracten nog de inzet van vrijwilligers van plaatselijke verengingen. De paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van vrijwilligers is verplicht.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 6 maart 2026, 12:08 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Agressie en geweld

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Onder agressie en geweld wordt verstaan voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Ook bedreigingen aan het privé front en thuisadres behoren tot het thema agressie en geweld tijdens het werk. 

Agressie en geweld leidt tot werkstress dat tot ernstige gezondheidsschade leiden zoals psychische klachten, overspannenheid, burnout en hart- en vaatziekten. Fysieke agressie kan behalve tot stress ook leiden tot lichamelijk letsel. Tot agressie en geweld behoort onacceptabel gedrag zoals schreeuwen, uitschelden, schoppen, slaan, spugen en dergelijke. Dit onderdeel van de arbocatologus richt zich specifiek op het risico Agressie en geweld. Agressie en geweld valt onder de verzamelnaam psychosociale arbeidsbelasting naast werkdruk en de ongewenste omgangsvormen seksuele intimidatie, pesten en discriminatie.

In de branche zijn er diverse voorbeelden van agressief gedrag die medewerkers van afvalbedrijven in de praktijk meemaken. Bijvoorbeeld op de openbare weg gebeurt het regelmatig dat personeel te maken krijgt met agressieve medeweggebruikers, bijvoorbeeld wanneer zij hinder ervaren doordat de doorgang even is geblokkeerd. Een ander voorbeeld is het personeel op de milieustraat dat te maken heeft met geweld of agressiviteit door klanten. Dit is voornamelijk het geval wanneer personeel moet weigeren afval te accepteren in verband met de aard van het afval of de wijze waarop het afval is aangeboden. Specifiek acceptanten en controleurs in de milieustraat en het KGA-depot alsmede bij diverse afvalbewerkende en -verwerkende activiteiten, kunnen om laatstgenoemde redenen met agressie te maken hebben. Agressie en geweld is niet te verwachten op het eigen bedrijfsterrein dat niet voor publiek toegankelijk is.

Agressie is, net zoals lachen en huilen een uiting van emotie. Een persoon is boos en gedraagt zich in dat geval vijandig. In zo’n geval is het belangrijk de persoon op de juiste manier te woord te staan. Als professional moet je altijd je zelfbeheersing bewaren. Werknemers die merken dat ze emotioneel worden, doen er goed aan om direct de ondersteuning van een collega of baas in te roepen.

Mocht er toch een incident plaatsvinden dan is het doen van aangifte belangrijk. Het kan zijn dat de medewerker (het slachtoffer) geen aangifte wilt doen, bijvoorbeeld uit angst voor rancune, of uit angst om zwak over te komen. De werkgevers in de afvalbranche kunnen het beleid hebben om aangifte te doen vanuit de organisatie, omdat de norm is overschreden; daarbij moet de medewerker wel een verklaring over het incident afgeven al dan niet in persoon. Het is dan niet de medewerker die ‘overgevoelig’ of ‘zwak’ is, maar de organisatie vindt dat het gedrag onacceptabel is. De werkgever geeft via een aangifte een krachtig signaal af dat de organisatie agressie niet normaal vindt.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatreglen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over agressie en geweld
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Beperken van agressie en geweld
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Voor informatie, advies en hulp bij agressie op het werk kunt u terecht bij verschillende organisaties, zoals:

  • uw leidinggevende, of uw bedrijfsarts of vertrouwenspersoon
  • Slachtofferhulp Nederland met 75 bureaus in Nederland: telefonisch contact via 0900-0101 te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak; Het bedrijf kan de werknemer helpen bij het doen van aangifte of melding
  • het Juridisch Loket met 30 vestigingen in Nederland; telefonisch contact via 0900-80 20 (€ 0,10 per minuut) te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 20.00 uur
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van een (dodelijk) arbeidsongeval
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van oneerlijk, ongezond of onveilig werk
Laatst gewijzigd op: 6 maart 2026, 12:00 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Mentale belasting en andere werkdruk

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Mentale belasting ontstaat door werkdruk en ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie, pesten en discriminatie. Deze en andere vormen van mentale belasting zoals het ervaren van een te grote verantwoordelijkheid, kunnen leiden tot werkstress die herkenbaar is als gezondheidsschade in de vorm van bijvoorbeeld hoofdpijn, oververmoeidheid, burnout en hart- en vaatziekten.

Mentale belasting komt bij het inzamelen van afval voor bij zijbelading waarbij een belader alleen werkt. De belader heeft tijdens het beladen geen zicht op de chauffeursplek en moet in zijn eentje veel verschillende taken uitvoeren. De belader zorgt voor het legen van containers en houdt de verkeersveiligheid in de gaten. Er is geen aanspraak van en samenwerking met collega's. Er zijn omstandigheden waarin een onoverzichtelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld als er geen zicht is waar omstanders lopen.

Definities

De wetgever geeft de navolgende definities met korte toelichting.

  • Seksuele intimidatie

Onder seksuele intimidatie wordt verstaan enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Onder seksuele intimidatie kunnen vallen:
Dubbelzinnige opmerkingen, pornografische of pornografisch getinte plaatjes op het werk, onnodig aanraken, gluren, seksuele chantage, promotie en beslissingen laten afhangen van seksuele handelingen, aanranding en verkrachting.

  • Pesten

Onder pesten wordt verstaan alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, van een of meerdere werknemers (collega’s, leidinggevenden) gericht tegen een werknemer of een groep van werknemers die zich niet kan of wil verdedigen tegen dit gedrag. Van belang bij pesten is het dat het niet gaat om een eenmalige gedraging. Het vertoonde gedrag moet zich herhalen om het onder het onderwerp pesten te kunnen scharen. Daarbij zijn altijd de volgende rollen aan te wijzen: slachtoffer(s), pester(s), omstander(s) en doorbreker(s) (medewerkers die het pesten aanhangig maken).

  • Discriminatie

Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. Denk aan afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, politieke voorkeur, handicap of chronische ziekte, ongelijke beloning.

  • Werkdruk

Er is sprake van werkdruk als een werknemer niet kan voldoen aan de gestelde kwalitatieve en kwantitatieve taakeisen. Met taakeisen worden bedoeld de eisen die aan het werk gesteld worden. Ook te lage werkdruk kan negatieve gevolgen hebben voor werkstress. Het ervaren en omgaan met werkdruk is heel persoonlijk. De ene medewerker kan beter met werkdruk omgaan dan de andere. Daarnaast spelen regelmogelijkheden (zeggenschap) over het werk een grote rol bij het voorkomen van werkdruk.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatregelen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Paragraaf Wat is verplicht? van Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over mentale belasting
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Beperken mentale belasting
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 19 december 2025, 15:52 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Houtstof bij afvalverwerking

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het shredderen en/of het daarna zeven van hout komt stof vrij. Dit vrijkomende houtstof kan door werknemers worden ingeademd of op de huid terecht komen, waarna negatieve effecten op de gezondheid kunnen ontstaan. Naast gezondheidseffecten is hout een brandstof en ontstaat onder bepaalde omstandigheden gevaar voor stofexplosie. Een stofontploffing kan optreden als houtstof in fijn verdeelde vorm wordt opgewerveld, zoals in een stofzak van een afzuiging, én intensief met lucht - of een ander zuurstofhoudend gas - wordt gemengd voordat hierbij een ontsteking komt.

Het gezondheidseffect van de verschillende houtsoorten is verschillend. Een aantal houtsoorten bevat bestanddelen of is bewerkt met stoffen die irriterende, allergene of kankerverwekkende eigenschappen hebben. De mate hiervan is per soort afvalhout verschillend. De gezondheidsrisico's en gezondheidseffecten variëren door:

  • de houtsoort
  • het type bewerking
  • de afmetingen en het gewicht van de houtstofdeeltjes
  • het verschil in giftige werking (toxiciteit)
  • het verschil in vochtgehalte

Effecten op de gezondheid

De belangrijkste gezondheidsklachten die werknemers hebben als zij worden blootgesteld aan houtstof zijn:

  • Huidaandoeningen:
    Contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan overgaan in een chronisch huideczeem. Personen die daarvoor gevoelig zijn, krijgen een allergische huidreactie als gevolg van bepaalde stoffen in het hout. Eczeem kan ontstaan op de handrug, het hoofd en de hals. Andere huidklachten zijn huidverkleuringen en ontstekingen van haarwortels.
  • Oogaandoeningen:
    Het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid (het niet kunnen verdragen van licht).
  • Luchtwegaandoeningen:
    Houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis. Veel luchtwegaandoeningen zijn een allergische reactie op houtstof. Allergieën worden vaak in de loop der jaren opgebouwd. Iemand kan dus jaren zonder problemen in een stoffige ruimte werken en plotseling last krijgen van allergische verschijnselen.
  • Kanker: stof van hardhoutsoorten kan kanker veroorzaken.

Hardhoutstof is opgenomen op de wettelijke lijst kankerverwekkende stoffen.

Schadelijke toevoegingen: hout kan bewerkt zijn met schadelijke en/of kankerverwekkende toevoegingen waaronder lijm dat formaldehyde kan bevatten, verf en middelen voor houtverduurzaming.

Voorbeelden van hardhout zijn: berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, esp, haagbeuk, iep, kastanje, kers, linde, notenboom, plataan, populier, walnoot, wilg en de tropische hardhoutsoorten balsa, ebbe, iroko, kauriden, mahonie, mansonia, meranti, palissander en teak.

Kritische afvalstromen, processen en blootstellingsrisico’s

Bij afvalhout uit inzameling of na sortering is het niet uit te sluiten dat deze afvalstroom hardhout bevat. Via acceptatievoorwaarden wordt afgedwongen dat houtstof niet als afvalhout wordt aangeboden.
Het behandelen in op- en overslag van afvalhout geeft nauwelijks stofvorming en een verwaarloosbare blootstelling aan hardhoutstof.
Het bewerken van afvalhout bestaat uit breken, verkleinen, sorteren, zeven en op transportbanden verplaatsen van afvalhout. Bij deze processen wordt een machinale shredder ingezet. Daarbij is er een kans op stofvorming, verspreiding in de ademlucht en daarmee blootstelling aan hardhoutstof.
Na bewerking komt, afhankelijk van de vervolgactiviteiten, houtstof vrij bij handelingen met de geshredderde en/of gezeefde houtsnippers. Ook bij het handmatig scheppen, het vegen en het verplaatsen van droge materialen, vervuiling of houtafval met daarin droog stof, kan houtstof in de lucht vrijkomen.
Tijdens het bewerken van hout en verwerken van houtsnippers kunnen in en nabij de installaties en in zones daar omheen verhoogde concentraties van droog respirabel houtstof voorkomen, waardoor er kans is op overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof.

Wet- en regelgeving 

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • het beschrijven van blootstelling aan hardhoutstof en bijbehorende maatregelen in RI&E
  • het voorlichten van de werknemers over blootstelling aan hardhoutstof binnen het bedrijf
  • het verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • het bieden van goede sanitaire voorzieningen
  • het nemen van maatregelen om blootstelling aan houtstof bij de verwerking te beperken
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie: werkinstructie Stofexplosiegevaar (2022)
  • Aanpak inhaleerbare allergene stoffen op de werkplek. SER advies 2009
  • Risico houtstof op website Arboportaal
  • De Gezondheidsraad heeft in juli 2000 een gezondheidskundige grenswaarde voor houtstof van 0,2 mg/m³ geadviseerd, daarbij ervan uitgaande dat houtstof wordt beschouwd als (carcinogene) stof met drempelwaarde. Wanneer echter houtstof wordt beschouwd als carcinogene stof zonder drempelwaarde dan zou, conform de aanpak met risicogrenzen, een grenswaarde moeten liggen tussen de 0,06 mg/m³ en 5,8 mg/m³ als TGG-8uur. Voor hardhout is inmiddels vast komen te staan dat sprake is van een carcinogene stof; zachthout is als verdacht carcinogeen aangemerkt. 
  • In een (verdeeld) advies (2007) van de SER is aan de Minister voorgesteld om de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof per 1 januari 2009 te verlagen tot 1 mg/m³ inhaleerbaar stof (0,5 mg/m³ voor totaal houtstof), gemeten over een 8-urige werkdag, wat wordt gebaseerd op de aanbeveling uit het rapport SCOEL (2003). De SCOEL constateert dat blootstelling boven 1 mg/m³ inhaleerbaar stof kan leiden tot schadelijke effecten aan de longen.
  • Afvalhout bestaat voornamelijk uit:
    • afvalhout ontstaan bij het bouwen en slopen van bouwwerken (raam- en deurkozijnen, kapconstructies, stijl- en regelwerk)
    • plaatmaterialen uit de (stand)bouw
    • pallets
    • houten meubels (kasten, tafels, magazijnstellingen e.d.)

    Het hout dat hiervoor wordt gebruikt is voornamelijk vurenhout. Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Dit hout is niet alleen makkelijk te bewerken maar ook relatief goedkoop. Het wordt ook veel verkocht in doe-het-zelf bouwmarkten. In Nederland is vuren de meest gebruikte naaldhoutsoort, en daarmee de meest gebruikte houtsoort. Gelet op de herkomst van het afvalhout zal dit voor circa 60 tot 80% uit vurenhout bestaan. Hout van de fijnspar wordt niet gezien als hardhout.

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid