Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:33 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Overige blootstelling aan DME

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In een omsloten ruimte die niet wordt beschreven in DME bij gebruik van heftruck, DME bij laden en lossen, DME in een hal of DME bij voertuig onderhoud, wordt de blootstelling aan dieselmotoremissie in kaart gebracht door de bronnen van dieselaangedreven motoren, de blootgestelde personen en de tijdsperiode te inventariseren.

Voorbeelden van overige blootstelling aan DME zijn niet-voertuig gebonden compressoren en aggregaten; dit zijn op zichzelf staande arbeidsmiddelen die gebruikt worden om elektriciteit, perslucht of mechanische energie te leveren zoals de aandrijving van een shredder of een noodstroomaggregaat.

De werkgever moet dieselaangedreven voertuigen of arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals elektrsch aangedreven:

  • transportbanden
  • palletwagens
  • hoogwerkers
  • compressoren
  • graafmachines tot in ieder geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
  • aggregaten

Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.

Bij wegwerkzaamheden is een goede bronmaatregel het volledig omleiden van het verkeer. Dit voorkomt blootstelling als gevolg van langsrijdende dieselauto's of dieseltrucks.

Beschrijving van het risico 

Bij overige activiteiten met motoren gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • De vast opgestelde motoren zijn elektrisch aangedreven of zijn voorzien van een LPG-aangedreven motor met uitlaatkatalysator of een aardgas aangedreven of een waterstof aangedreven motor.
  • De dieselaangedreven motoren staan buiten de omsloten ruimte in de buitenlucht of in een aparte afgesloten ruimte opgesteld, waarbij de uitlaatgassen niet via deuren en ramen weer in de omsloten ruimte kunnen komen. De bediening van deze arbeidsmiddelen vindt buiten de omsloten ruimte plaats.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Er is sprake van DME blootstelling die beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek; dat wil zeggen er wordt één maatregel toegepast uit de volgende 3 maatregelen:

  • De uitlaatgassen van vast opgestelde dieselaangedreven motoren, zoals compressoren en aggregaten, worden via gesloten systeem buiten de binnenruimte geleid.
  • Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een Euro-6 motor, een Stage 3b motor of Tier 4 motor.
  • Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een EEV of Euro-5 motor of lager met een effectief roetfilter, een Stage 3a motor of lager met een effectief roetfilter of een Tier 3 motor of lager met een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn

Situatie 3

Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek.

Maatregelen:

  • gebruiken van niet-voertuig gebonden compressor of aggregaat
  • treffen maatregel bij overige DME-bronnen
  • alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.

Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:15 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij voertuig onderhoud

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter komt een hoeveelheid roetdeeltjes vrij. Om de blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen dient de werkwijze van de volgende maatregel gevolgd te worden.

Maatregel:

  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter.

Voor een onderhoudsbeurt rijden kranen, vrachtauto’s, bestelwagens en shovels de onderhoudswerkplaats naar binnen, daarna vindt onderhoud plaats en tot slot rijden ze weer naar buiten. Een bezwarende factor is de koude start. Tijdens het onderhoud wordt de dieselmotor van het voertuig getest.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • Dieselaangedreven voertuigen worden met behulp van andere hulpmiddelen in en uit de onderhoudswerkplaats gereden.
    Opmerking: gedurende de looptijd van de Arbocatalogus wordt nagegaan of dit realiseerbaar is.
  • Bij het testen en proefdraaien van dieselmotoren is situatie 1 niet van toepassing omdat DME inherent vrijkomt en het niet mogelijk is om de bron weg te nemen.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat. Deze wordt bevestigd voordat het voertuig naar binnen rijdt. 

  • Vrachtauto's en bestelwagens zijn voorzien van een Euro-6 of een motor met een effectief roetfilter.
  • Kranen en shovels hebben een Stage 3b of een Tier 4 motor of zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • treffen aanvullende technische maatregelen bij voertuigonderhoud
  • treffen aanvullende organisatorische maatregelen bij voertuigonderhoud
  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
    Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatsmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.

Situatie 3

Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat aangesloten voordat het voertuig naar binnen rijdt.
  • Een dieselaangedreven voertuig met een ontregelde motor (ongeacht het type motor), een EEV of een voertuig met Euro-5 motor of lager of Stage 1, 2 of 3a zonder effectief roetfilter, of Tier 1, 2 of 3 motor zonder effectief roetfilter rijdt op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in en uit.
  • Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • verminderen van DME-blootstelling in werkplaats
  • treffen aanvullende technische maatregelen voertuigonderhoud
  • treffen aanvullende organisatorische maatregelen voertuigonderhoud
  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
    Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:13 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij afvalinzamelvoertuig

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Dit onderdeel is van toepassing tijdens de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafval met een inzamelvoertuig, waarbij de medewerker het grootste deel van een werkdag in de directe omgeving werkzaam is van een rijdende dieselaangedreven afvalinzamelwagen. De werkgever is wettelijk verplicht dieselaangedreven voertuigen uit te faseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging voor een specifieke toepassing niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om (kleine) vrachtwagens en bestelwagens, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven of gasmotor met uitlaatkatalysator, indien dit technisch haalbaar is.

Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

Er is géén blootstelling aan DME door bronnen in de werksituatie. De bron van DME is weggenomen. Er is een alternatief zonder dieselmotoremissies zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven motor of een gasmotor met uitlaatkatalysator.

Maatregel: geen.

Situatie 2

De afvalinzamelwagen is voorzien van een Euro-6 motor of heeft een effectief roetfilter.

Maatregelen: 

  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle organisatorische maatregelen

Situatie 3

De afvalinzamelwagen is een EEV of heeft een Euro-5 motor of lager zonder effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • beperken emissie van afvalinzamelvoertuig
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:11 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij gebruik van heftruck

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In veel bedrijven worden voor de laad- en loshandelingen vorkheftrucks en reachtrucks gebruikt. Deze arbeidsmiddelen rijden alleen in het magazijn, loods, op- of overslaghal rijden of afwisselen dit af met het rijden op het buitenterrein. Voor buitensituaties geldt dat de werkgever een dieselaangedreven hef- of reachtruck moet uitfaseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • De vorkheftruck of reachtruck is elektrisch aangedreven.
  • De goederen worden geladen of gelost met een elektrisch aangedreven bovenloopkraan.
  • De vorkheftruck of reachtruck is aangedreven met waterstof, aardgas of LPG, waarbij de LPG-aangedreven vorkheftruck of reachtruck voorzien is van een katalysator.
  • In overleg met de afzender is het gewicht van de goederen dusdanig verlaagd dat een elektrisch aangedreven vorkheftruck tot 8 ton of een elektrisch aangedreven reachtruck tot 8 ton volstaat.

Maatregelen: geen

Situatie 2

  • De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck heeft een Stage 3b motor of Tier 4 of hoger.
  • De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck met een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor is voorzien van een effectief roetfilter.  

Maatregelen bij heftruck of reachtruck tot 8 ton:

  • vervangen heftruck of reachtruck tot 8 ton, waarbij onderstaande toelichting geldt

De vervanging van de heftruck of reachtruck tot 8 ton is afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:

  • Heftruck of reachtruck tot 8 ton:
    • verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
  • Heftruck of reachtruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
    • verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck of reachtruck tussen 4 en 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
    • verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck of reachtruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
    • verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden

Maatregelen bij heftruck of reachtruck meer dan 8 ton:

  • verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Let op: Inspectie SZW zal de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks in de toekomst opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019  is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).

Situatie 3

De dieselaangedreven hef- en reachtruck heeft een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen zijn afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:

  • Heftruck tot 8 ton:
    • verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
  • Heftruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
    • verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
    • in de buitensituatie voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
  • Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
    • zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
    • verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
    • zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen

    • verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden
  • Heftruck meer dan 8 ton:
    • maatregel verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Let op: Inspectie SZW zal in de toekomst de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019 is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Laatst gewijzigd op: 17 april 2025, 18:40 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Klein gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis met de chemokar of via het depot KGA van de milieustraat ingezameld. Naast de formele term KGA is deze afvalstroom als klein chemisch afval (KCA) bekend. In dit onderdeel van de arbocatalogus behandelen we de KGA inzameling via de Milieustraat. De inzameling van klein gevaarlijk afval met de chemokar wordt elders in de arbocatalogus beschreven.

Bij het inzamelen van KGA is het belangrijkste gevaar dat de Beheerder van het KGA depot in aanraking komt met gevaarlijke componenten van het gevaarlijk afval. Het gevaar is afhankelijk van:

  • de eigenschappen van het KGA
  • op welke wijze het is verpakt
  • in hoeverre het KGA als zodanig herkend wordt
  • of correcte etiketgegevens aanwezig zijn
  • de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na eventueel contact met bestanddelen van gevaarlijk afval

De verplichte maatregelen bij dit onderdeel zijn de verplichtingen die gelden bij het accepteren en het opslaan van KGA/KCA.

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 17 april 2025, 16:48 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Luchttemperaturen boven 32 graden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In de afvalbranche zijn een tweetal situaties waarin meestal een zo hoge temperatuur heerst dat gezondheidsrisico’s optreden als de ruimte zonder maatregelen wordt betreden. In de eerste plaats is dit het geval bij het werken in de nabijheid van de ovens van afvalenergiecentrales. Langdurige blootstelling komt met name voor bij onderhouds- en revisiewerkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn de steigerbouw in de ketel alsmede het stralen en reinigen van inwendige delen van de ketel en rookgasreinigingkanalen.
Daarnaast vindt compostering plaats onder extreme condities waarbij zowel een hoge luchttemperatuur als een hoge luchtvochtigheid ontstaan. Blootstelling aan hoge temperaturen komt voornamelijk voor wanneer medewerkers bij storingen de installatie betreden om deze te verhelpen. Bij gewoon onderhoud is de bronaanpak mogelijk: afkoelen alvorens de ruimte te betreden.

Beschrijving van het risico 

Blootstelling aan te hoge temperaturen leidt tot problemen met de gezondheid van huiduitslag tot hitteberoerte. Van thermische belasting hebben zelfs jonge mensen en personen met een goede fysieke conditie last. Voor bepaalde risicogroepen zijn hoge temperaturen gevaarlijk. Risicogroepen zijn bijvoorbeeld zwangere vrouwen, mensen met een longaandoening zoals CARA, mensen met een hartaandoening en personen die bepaalde medicijnen gebruiken tegen o.m. hoge bloeddruk.

  • Bij luchttemperaturen vanaf 32 ºC treden de eerste gezondheidsklachten op en gaat het lichaam merkbaar minder goed functioneren: van verminderde concentratie tot hoofdpijn en soms flauwvallen
  • Vanaf circa 35 ºC, bij een luchtvochtigheid van 50% of hoger, lopen werknemers en andere mensen een zeer reële kans op hittestress indien ze grote lichamelijke inspanningen plegen
  • Bij luchttemperaturen van 40 ºC of hoger bestaat een onaanvaardbaar risico voor ernstige gezondheidsproblemen
  • De combinatie van hitte en vocht stelt hoge eisen aan hart en bloedvaten. Gevolgen van te grote hitte kunnen variëren van huidaandoeningen tot een hitteberoerte
  • Door teruglopend concentratievermogen de kans op ongelukken toe. Voor bepaalde beroepen houdt dit grote risico’s in. Risicogroepen: extra last van de warmte kunnen hebben: zwangere vrouwen, mensen met longaandoeningen (CARA), mensen met hartaandoeningen en personen die medicijnen tegen onder meer hoge bloeddruk gebruiken.
Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 17 april 2025, 12:21 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

Bij afvalenergiecentrale (AEC’s), bioenergiecentrales (BEC’s) en slibverbrandingsinstallaties (SVI’s) komen reststoffen vrij die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. De risico's kunnen variëren van huid- en luchtwegirritatie door de hoge zuurgraad, bioaccumulatie van zware metalen zoals lood en dergelijke tot organische verontreinigingen zoals dioxines. Een aantal reststoffen, waaronder AEC vliegas, kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden. Daarom moet voorkomen worden dat medewerkers de reststoffen inademen en dat schadelijke stoffen via mond en huid in het lichaam terechtkomen.

De reststoffen ontstaan bijvoorbeeld in de rookgasreiniging en de verbrandingsoven. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in reststoffen zijn de volgende:

  • Bodemas en ketelas: as uit de verbranding bevat onder andere zware metalen, PAK, dioxines en furanen. 
  • Vliegas: vliegas bevat onder andere metaaloxiden, dioxinen en furanen.
  • Rookgasreinigingsresidu (RGR): RGR bestaat vooral uit zouten zoals calciumcloride en natriumchlorides en kan daarnaast dioxines bevatten. 
  • Kamerfilterpers residu (filterkoek): dit type filterkoek bevat zware metalen, dioxines en furanen.

Indien een gesloten transportsysteem of onderdeel van de installatie op overdruk zoals het vliegastransportsysteem lekkage vertoont dan kan biologisch actief stof zich in het gebouw verspreiden en de oorzaak zijn van langdurige blootstelling aan lage concentraties reststoffen.

De gevaren van de verschillende reststoffen zijn afhankelijk van de samenstelling en combinatie van gevaarlijke stoffen hierin. Voor verschillende reststoffen heeft de Vereniging Afvalbedrijven Safety Data Sheets (SDS) laten opstellen waarin de gevaren op een rij zijn gezet. Op basis van deze SDS-bladen stelt elke AEC, BEC en SVI als leverancier van reststoffen zelf specifieke SDS'n op. Voor het aanbrengen van AEC-bodemas in grondwerken is een risicoanalyse bij grondwerk opgesteld. Deze werkzaamheden worden niet in de afvalbranche uitgevoerd en blijven daarom in deze arbocatalogus buiten beschouwing.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Indien er bij werkzaamheden in een AEC, BEC of SVI een kans is op blootstelling aan reststoffen dan is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen
  • Geven werkinstructie - vliegasverstopping verhelpen
  • Geven werkinstructie - werkplek schoonmaken

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Treffen voorzieningen voor opslag van gevaarlijk afval

Alle organisatorische maatregelen

  • Documenteren gevaarlijke stoffen
  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 17 oktober 2024, 16:29 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Legionellabacterie

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Legionella is een bacterie waarvan inmiddels circa 43 soorten zijn aangetoond. De meest gevaarlijke variant is de Legionella Pneumophilia serotype 1, ook wel bekend als Legionella type 1. Deze variant kan legionellose veroorzaken, doordat men aerosolen in kan ademen die besmet zijn met deze bacterie. Aerosolen zijn zeer fijne waterdruppels (1 - 10 µm), vergelijkbaar met nevel uit een spuitbus. De drie vormen van legionellose zijn legionellapneumonie, een ernstige vorm van longontsteking, Pontiac fever, een minder ernstige, griepachtige aandoening en een zeldzaam voorkomende huidinfectie.

In de volksmond wordt legionellose ook wel “veteranenziekte” genoemd. Legionellapneumonie werd namelijk voor het eerst vastgesteld na een veteranenbijeenkomst in een hotel in de Verenigde Staten in 1976.
Overigens kunnen ook andere soorten legionella griepachtige verschijnselen veroorzaken.

Kenmerken van de veteranenziekte

De tijd tussen contact met de bacterie en het optreden van de ziekteverschijnselen (incubatieperiode) ligt bij veteranenziekte tussen de 6 en 19 dagen. De eerste symptomen lijken erg op (zeer) hevige griep: moeheid, zwakte, spierpijn, hoofdpijn en koorts boven de 39°C. Daarnaast zijn er symptomen die wijzen op longontsteking: pijn op de borst, hoesten en kortademigheid. Veteranenziekte kan goed behandeld worden met antibiotica. Dit neemt niet weg dat de kans op blijvende gezondheidsschade aanzienlijk is: ondermeer chronische vermoeidheid, concentratieproblemen en orgaanfalen. Dit leidt niet zelden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Als de longontsteking niet tijdig wordt vastgesteld, dan kan de persoon in kwestie aan de gevolgen van de longontsteking overlijden.

Infectiebron

Infectie vindt plaats door het inademen van de bacterie in zeer kleine druppeltjes water, verspreid in de lucht; dit worden aerosolen genoemd. De ziekte wordt niet van de ene mens op de andere overgebracht. Ook het drinken van met legionella besmet water leidt nooit tot veteranenziekte. Bij leidingwaterinstallaties vindt bij de tappunten verneveling van water plaats. De waterdruppels die hierbij vrijkomen kunnen de bacterie legionella bevatten indien de temperatuur van het water tussen de 20 en 50 °C is geweest.

Groei van legionella

Legionellabacteriën kunnen alleen groeien in aanwezigheid van zuurstof. Ze komen algemeen voor in zoet oppervlaktewater, waterreservoirs en waterinstallaties, meestal in lage concentraties. Als de temperatuur van het water zich tussen de 20°C en 50°C bevindt (met een optimum tussen de 30°C en 40°C), dan kan vermeerdering optreden. Als aan de temperatuurvoorwaarde is voldaan, dan kunnen de volgende factoren de kans op aangroei verder verhogen:

  • een lange verblijftijd van het water in het systeem, bijvoorbeeld in een uitgestrekt waterleidingsysteem
  • stagnatie van het water
    Periodieke stilstand van het water bij een temperatuur in het groeitraject bevordert de groei van de legionellabacterie.
  • de aanwezigheid van biofilm en sediment.
    Biofilmvorming wordt veroorzaakt door bacteriegroei op oppervlakten die in contact staan met water. Bepaalde eencellige organismen die zich voeden met de bacteriën in de biofilm of in sediment, kunnen als gastheer dienen voor de legionellabacterie. Hierbij vermeerdert de legionella zich in de gastheer tot hoge concentraties. Uiteindelijk sterft de gastheer en komen de legionellabacteriën in grote aantallen vrij in het water. 
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • De legionellabacterie is ingedeeld in categorie 2 van de biologische agentia. Deze categorie kan bij de mens ernstige ziekte veroorzaken, waarvoor preventieve en curatieve maatregelen beschikbaar zijn. De bacterie groeit onder bepaalde omstandigheden maar verspreidt zich echter niet zelfstandig onder de bevolking.
  • Informatiedossier van de Rijksoverheid over het onderwerp Legionella
  • Legionellavraagbaak
  • Modelbeheersplan legionella-preventie in leidingwater - Eigenaar installatie verantwoordelijk
    Toelichting op de tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater
    Infoblad ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)
  • Op Infomil kan gezocht worden op legionella. Daar is ondermeer de brochure Legionella - Antwoorden op de 25 meestgestelde vragen van het Ministerie van VWS te vinden
  • Publicaties van ISSO, Rotterdam
    Stichting ISSO heeft meerdere publicaties uitgegeven met betrekking tot legionella:
    • P55.1: Handleiding legionellapreventie in leidingwater (2005)
    • P55.2: Zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties (2005)
    • P55.3: Legionellapreventie in klimaatinstallaties (2008)
    • P55.4: Alternatieve technieken voor legionellapreventie in collectieve leidingwaterinstallaties (2008)
    • Kaart: Kaarten voorkomen legionella bij publicatie 30.5 (set van 10) (2003)
    • P55: Tapwaterinstallaties in woon- en utiliteitsgebouwen (2001)
    • Kleintje water (2003)
    • Kleintje Legionellapreventie (2007)

    Bovenstaande publicaties zijn te bestellen via de digitale winkel van ISSO.

  • Biofilmvormingspotentie van leidingmaterialen voor binneninstallaties - Meetresultaten en beoordeling, KIWA O&A, Nieuwegein, rapportnummer KOA 99.079, juni 1999
  • Water-werkbladen, Praktische uitwerking van de norm NEN1006
  • Doelmatige maatregelen voor legionellapreventie
Laatst gewijzigd op: 27 september 2022, 14:01 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

 

Werknemers staan op verschillende arbeidsplaatsen bloot aan mechanische trillingen, vooral bij het gebruik van arbeidsmiddelen die trillingen en schokken voortbrengen. Er zijn twee soorten mechanische trillingen, te weten lichaamstrillingen en hand-arm-trillingen die in dit onderdeel van de arbocatalogus aan de orde komen.

Lichaamstrillingen

Bij blootstelling aan lichaamstrillingen is het hele lichaam in trilling; de trillingen en schokken worden via de vloer aan de voeten of via een stoel op het lichaam overgedragen. In de afvalbranche worden met name chauffeurs van machines zoals shovels, compactors, vorkheftrucks, veegmachines, graafmachines, graders, wiel- en kettingladers, vrachtwagens en dergelijke blootgesteld aan trillingen door het hele lichaam. Dit gebeurt ook op stationaire werkplekken naast grote machines zoals ponsmachines, compressoren en transportbanden. Trillingen kunnen als hinderlijk en vervelend ervaren worden, maar trillingen kunnen ook leiden tot gezondheidsschade.

Gezondheidseffecten

Bij langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen zijn mogelijke gezondheidseffecten:

  • verminderde alertheid, nauwkeurigheid (accuratesse) en reactievermogen
  • vermoeidheid, concentratieproblemen en slaapstoornissen
  • duizeligheid en misselijkheid
  • verminderde gezichtsscherpte en blindheid
  • beperkte bewegelijkheid (mobiliteit) en pijnklachten in de lendenen, de onderrug, de bovenrug en het schouder-armgebied
  • evenwichtsstoornissen en verstoringen van de bloedsomloop
  • schade aan spieren, gewrichten en botten
  • aandoeningen van het maagdarmstelsel
  • psychische klachten waaronder rusteloosheid en stress

Langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen boven de wettelijke grenswaarde is zeer schadelijk voor de gezondheid.

Hand-arm-trillingen

Hand-arm-trillingen komen binnen via handen, en ze worden doorgegeven aan polsen, armen en schouders. Elektrische apparaten in de afvalbranche zoals bladblazers, boorhamers, sloophamers, slijpmachines en ander elektrisch handgereedschap, veroorzaken trillingen aan de handen en armen.

Gezondheidseffecten

Bij langdurige blootstelling aan handarmtrillingen zijn mogelijke gezondheidseffecten:

  • stijfheid van de vingers
  • afname van vaardigheid fijn-motorische handbeweging
  • pijnklachten in de vingers, de hand en de armen
  • gevoelloosheid en/of tintelingen in de vingers
  • verminderde tastzin, afname van voelen van warmte en koude
  • schade aan botten en gewrichten (polsen, ellebogen en schouders) met pijn en beperkte mobiliteit door het afslijten van kraakbeen, vergroeiingen en artritis
  • Witte-vinger-syndroom; dit is blijvende schade aan bloedvaten en zenuwen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Veel voorkomende trillingsniveaus van lichaamstrillingen zijn:

  • Bestelwagen: 0,6 m/s²
  • Bulldozer: 1,2 m/s²
  • Graafmachine 1,2 m/s²
  • Heftruck: gemiddeld 1,0 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²
  • Laad- en graafmachine: gemiddeld 0,8 m/s² met maximum tot 1,9 m/s²
  • Maaimachine: 0,8 m/s²
  • Portaalkraan: 0,5 m/s²
  • Terreinheftruck: gemiddeld 1,4 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²
  • Vrachtwagen: gemiddeld 0,8 m/s² met maximum tot 1,1 m/s²

Veel voorkomende trillingsniveaus van hand-armtrillingen zijn:

  • Bosmaaier: 8 m/s²
  • Eenassige balk-maaimachine: 6 m/s²
  • Elektrische boorhamer: 14 m/s²
  • Handslijpmachine: 7 m/s²
  • Motorkettingzaag: >20 m/s²
  • Slagmoersleutel: 8 m/s²

Kennisdossiers:

Trillingscalculator:

NVvA Nieuwsbrief 2004-01 met thema trillingen en de volgende artikelen:

  • EU-richtlijn trillingen
  • beoordelingsmodellen trillingen
  • beoordeling van blootstelling aan trillingen en vergelijkend onderzoek naar de trillingsbelasting bij heftruckchauffeurs
Laatst gewijzigd op: 6 september 2022, 00:09 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Ongunstige werkhouding

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in een ongunstige houding is een zware belasting voor het lichaam. Daarbij gaat het zowel om langdurig werken in een op zich goede werkhouding als om het regelmatig aannemen van houdingen waarbij gewrichten in een afwijkende stand komen. De belasting is nog groter als tijdens een ongunstige werkhouding ook kracht wordt uitgeoefend. Beïnvloedende factoren zijn dus de mate waarin de houding belastend is, de tijd dat de houding wordt aangenomen, de krachten die moeten worden uitgeoefend en de mate van afwisseling.
Ongunstige werkhoudingen kunnen het lichaam overbelasten. Rug, spieren, gewrichten en pezen kunnen overbelast raken, waardoor spier- en peesontstekingen of gewrichtsklachten dan wel andere gezondheidsklachten ontstaan.

In machines

Machinisten verrichten fysieke arbeid onder ongunstige omstandigheden en met ongunstige werkhoudingen.. Doordat machinisten een zittend beroep hebben, krijgen ze vaak te weinig lichaamsbeweging. Deze bewegingsarmoede vergroot de kans op onder meer rugklachten, pijnklachten aan pezen, gewrichten en spieren, overgewicht en andere ziekten.

Wet en regelgeving 

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid