Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Laatst gewijzigd op: 8 december 2025, 18:40 uur -- Afvalbranche

Verplaatsen van minicontainers en tillen van zakken

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Geldig tot: 
18 mei 2022
Beschrijving van het risico 

Tijdens de inzameling van huishoudelijk afval moeten afvalzakken en afvalemmers worden getild. Dit is fysiek zwaar werk, wat kan leiden tot diverse lichamelijke klachten bij beladers. Een andere veelgebruikte inzamelmethoude zijn minicontainers.
Bij het voortduwen of achter zich aan trekken van voorwerpen, zoals minicontainers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.

Belangrijke mededeling

Tot 18 mei 2022 stond op deze webpagina een getoetste uitwerking van het gevaar ‘Verplaatsen van minicontainers en tillen van zakken', met bijbehorende beheersmaatregelen om de impact van dit gevaar te beperken tot een aanvaardbaar niveau.
Deze uitwerking was gebaseerd op de P90-norm, die inmiddels niet langer wordt beschouwd als de stand van de techniek.

Enkele jaren geleden heeft een adviesbureau de Leidraad Fysieke Belasting ontwikkeld. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in 2022 aangegeven deze leidraad te beschouwen als de huidige stand der techniek en gebruikt deze bij het toezicht binnen de afvalbranche.

Omdat de Leidraad Fysieke Belasting een solide basis biedt en door de Arbeidsinspectie als stand der techniek wordt gezien, heeft de Stichting Arbocatalogus Afvalbranche besloten te onderzoeken op welke wijze de leidraad in de Arbocatalogus kan worden opgenomen. De leidraad is op verzoek beschikbaar via de NVRD of de Vereniging Afvalbedrijven.

De verwachting is dat de toekomstige uitwerking in de Arbocatalogus grotendeels zal aansluiten bij de bestaande leidraad. Organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor het borgen van het onderwerp fysieke belasting in de eigen RI&E en voor het toepassen van de leidraad in de eigen praktijk.

Ieder onderdeel binnen de Arbocatalogus Afvalbranche dient minimaal iedere 6 jaar geëvalueerd te worden op actualiteit, stand van de wetenschap en techniek, en volledigheid. Na overeenstemming tussen werkgevers en werknemers toetst de Nederlandse Arbeidsinspectie het onderdeel. Nu getoetste beheersmaatregelen in de arbocatalogus ontbreken, is iedere werkgever wettelijk verplicht om zelf beheersmaatregelen vast te stellen.

Voor meer informatie over dit onderdeel:

  • de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) van het bedrijf
  • algemene, openbare informatiebronnen over dit onderwerp
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

Laatst gewijzigd op: 8 december 2025, 18:38 uur -- Afvalbranche

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers huish. afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Geldig tot: 
18 mei 2022
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Belangrijke mededeling

Tot 18 mei 2022 stond op deze webpagina een getoetste uitwerking van het gevaar ‘Verplaatsen van 1100 liter rolcontainers huishoudelijk afval’, met bijbehorende beheersmaatregelen om de impact van dit gevaar te beperken tot een aanvaardbaar niveau.
Deze uitwerking was gebaseerd op de P90-norm, die inmiddels niet langer wordt beschouwd als de stand van de techniek.

Enkele jaren geleden heeft een adviesbureau de Leidraad Fysieke Belasting ontwikkeld. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in 2022 aangegeven deze leidraad te beschouwen als de huidige stand der techniek en gebruikt deze bij het toezicht binnen de afvalbranche.

Omdat de Leidraad Fysieke Belasting een solide basis biedt en door de Arbeidsinspectie als stand der techniek wordt gezien, heeft de Stichting Arbocatalogus Afvalbranche besloten te onderzoeken op welke wijze de leidraad in de Arbocatalogus kan worden opgenomen. De leidraad is op verzoek beschikbaar via de NVRD of de Vereniging Afvalbedrijven.

De verwachting is dat de toekomstige uitwerking in de Arbocatalogus grotendeels zal aansluiten bij de bestaande leidraad. Organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor het borgen van het onderwerp fysieke belasting in de eigen RI&E en voor het toepassen van de leidraad in de eigen praktijk.

Ieder onderdeel binnen de Arbocatalogus Afvalbranche dient minimaal iedere 6 jaar geëvalueerd te worden op actualiteit, stand van de wetenschap en techniek, en volledigheid. Na overeenstemming tussen werkgevers en werknemers toetst de Nederlandse Arbeidsinspectie het onderdeel. Nu getoetste beheersmaatregelen in de arbocatalogus ontbreken, is iedere werkgever wettelijk verplicht om zelf beheersmaatregelen vast te stellen.

Voor meer informatie over dit onderdeel:

  • de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) van het bedrijf
  • algemene, openbare informatiebronnen over dit onderwerp
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Laatst gewijzigd op: 4 december 2025, 17:00 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Winterweer terreinen en installaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in koude brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij buitenwerk op terreinen en bij installaties met name aanwezig is door klimatologische koude. De wetgeving omtrent werken in de kou volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de gevaren van koudebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Koudebelasting is de blootstelling van het lichaam aan koude, waardoor er afkoeling van het lichaam plaatsvindt. Dit komt vanuit de externe omgeving. Het kouder worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 4 december 2025, 17:00 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Zomerweer terreinen en installaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in hitte brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij buitenwerkzaamheden met name aanwezig is door klimatologische hitte. De wetgeving omtrent werken in hitte volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de risico’s van hittebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Hittebelasting is de blootstelling van het lichaam aan warmte, waardoor er opwarming van het lichaam plaatsvindt. Dit kan vanuit de externe omgeving komen (zon, warme machine, invloed van luchtvochtigheid, wind en kleding) of door ontstaan in het lichaam (warmte-productie door het lichaam zelf). Het warm worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Het effect van hittebelasting is:

  • Hittestress (hinderlijk): effect op de werkprestaties, maar niet op de gezondheid
  • Hitte-uitputting (de grens opzoeken): oververhitting met doorgaans tijdelijke effecten
  • Hitteberoerte (over de grens gaan): oververhitting met mogelijk permanente gevolgen op de gezondheid

Er kan ook sprake zijn van inspanningsgerelateerde belasting. Dit hoeft niet persé in een warme omgeving. Dit kan het hele jaar ontstaan. Denk aan overmatige warmteproductie door zware inspanning, kleding, hoge luchtvochtigheid, en andere factoren.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 3 december 2025, 18:17 uur -- Afvalbranche
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche wordt voor diverse toepassingen gewerkt met gevaarlijke stoffen. Als hulpstof worden gevaarlijke stoffen toegepast voor de rookgasreiniging, de waterzuivering en soms ook voor reiniging van het koelwaterkanaal. Bedrijven die over een eigen laboratorium beschikken hebben voor deze laboratoriumwerkzaamheden een scala aan gevaarlijke stoffen voor handen.

Afhankelijk van de stoffen die worden gebruikt en de wijze waarop ze worden gebruikt, bestaan risico's voor de veiligheid of gezondheid. Zo kunnen chemicaliën leiden tot brandwonden, vergiftigingen (bij inademing en/of opname door de mond), oogletsel, huidaandoeningen, flauwvallen en dergelijke. Gevaar kan bestaan voor ernstige onherstelbare effecten. Bovendien kunnen chemicaliën licht ontvlambaar zijn, elektrostatisch oplaadbaar zijn en leiden tot een explosief mengsel.

Als vaten of een doseersysteem geopend zijn, kunnen dampen vrijkomen. Als slangen worden gebruikt om vloeistof over te pompen, is er een kans op het vrijkomen van irriterende of schadelijke stoffen. Na afloop van een handeling moeten slangen worden losgekoppeld. In slangen zijn altijd restanten van het product aanwezig. Slangen kunnen gaan slingeren waardoor de medewerker ongewenst in contact komt met de vloeistof.

Iedere gevaarlijke stof heeft zijn eigen risico bij blootstelling. Daarom dient het beheer van chemicaliën en hulpstoffen goed te worden geregeld en er dient op een verantwoordelijke wijze te worden omgegaan met het gebruik van de gevaarlijke stoffen.

Afvalenergiecentrale

In een afvalenergiecentrale worden onder andere de volgende hulpstoffen toegepast: natronloog, ammonia, chloorbleekloog, ijzerchloride, calciumcarbonaat, ongebluste kalk, HOK, actief kool, natriumsulfides, zoutzuur en soda.

Waterzuivering

Bij sommige vormen van waterzuivering wordt methanol als koolstofbron geïnjecteerd waar het in een gesloten systeem wordt toegepast. Methanol wordt in een tank, IBC of drum opgeslagen en via pompen en leidingen in het proces gedoseerd. Er is geen blootstelling aan methanol mogelijk zolang de vloeistof zich in het gesloten systeem bevindt. Bij inademing is methanol is giftig; hetzelfde geldt bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. Er is bovendien gevaar voor ernstige onherstelbare effecten op het ongeboren kind bij opname door de mond. Daarnaast is de vloeistof licht ontvlambaar, kan elektrostatisch opladen met kans op ontsteking en damp met lucht is explosief binnen explosiegrenzen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 19 november 2025, 22:33 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Geluid | Lawaai

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

De Stichting Arbocatalogus Afvalbranche heeft dit onderdeel met positieve toetsing uit 2011 op 19 november 2025 ter hertoetsing aangeboden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Beschrijving van het risico 

Bij diverse werkzaamheden in de afvalbranche vindt blootstelling aan hoge geluidsniveaus plaats. Wanneer geluid te hard is, geeft het gehoorschade, want blootstelling aan een hoog geluidsniveau beschadigt de trilhaartjes van het gehoor. Naar mate het hoge geluidsniveau langer duurt, neemt de schade aan de trilhaartjes toe. Blootstelling aan lawaai boven de wettelijke normen (actiewaarden) wordt 'schadelijk geluid' of 'schadelijk lawaai' genoemd. De eerste actiewaarde is 80 dB(A).

Definitie

De woorden 'geluid' en 'lawaai' liggen in elkaars verlengde. Volgens het woordenboek is geluid een trillende beweging van de lucht die door het gehoororgaan wordt waargenomen. Lawaai is rumoer, de beleving van hard en hinderlijk geluid. De arboregelgeving gebruikt alleen de term 'lawaai'. Volgens de definitie in het Arbobesluit omvat de blootstelling aan lawaai alle op het werk aanwezige geluiden inclusief impulsgeluiden. Dit geluid of lawaai kan hinderlijk zijn, maar kan ook schadelijk zijn.

Bij een dagelijkse blootstelling (dagdosis) aan lawaai boven de wettelijke vastgelegde eerste actiewaarde is er sprake van 'schadelijk lawaai' of 'schadelijk geluid'; dan treedt schade aan het gehoor op.

Geluid is zeker te hard als je er tijdelijk doof van wordt. Er is een vuistregel om een eerste schatting te maken of het geluidsniveau te hoog is, namelijk: als iemand op een afstand van 1 meter met stemverheffing moet spreken om verstaanbaar te zijn dan is het geluidsniveau zeker meer dan 80 dB(A). Een dagelijkse blootstelling aan meer dan 80 dB(A) heet de eerste actiewaarde. Naast mogelijke schade door langdurige blootstelling aan geluid boven de eerste actiewaarde, kan ook een kortdurende zeer hoog geluidsniveau - zogenoemd pieklawaai met een geluidsdrukniveau hoger dan 135 dB(C) leiden tot schade van het gehoororgaan.
Lawaai van een geluidbron boven de eerste actiewaarde veroorzaakt schade aan het gehoor die niet meer herstelt, ook niet in de loop van de tijd. Het gevolg van gehoorbeschadiging is slechthorendheid waardoor iemand geluiden in de omgeving niet meer goed waarneemt. Iemand die slechthorend is geworden, kan zeer moeilijk een normaal gesprek voeren, laat staan genieten van een feestje en raakt vaak in een sociaal isolement. Slechthorendheid die door lawaai tijdens het werk is veroorzaakt, is een beroepsziekte en brengt een handicap die in meerdere of mindere mate invloed heeft op het sociale leven van betrokkene.

Voorbeelden van schadelijk lawaai in de afvalbranche zijn:

  • het dichtgooien van containers zonder demping op de kleppen
  • het lossen van een glascontainer
  • het persen van grof afval
  • het shredderen en balen van papier
  • het afladen van zwaar materiaal uit containers
  • gierende luchtventielen bij rioleringsbeheer
  • leegzuigen van straatkolken bij rioleringsbeheer
  • handmatig reinigen van objecten bij rioleringsbeheer
  • het toepassen van pompen
  • het in de directe omgeving aanwezig zijn bij het uitvoeren van straalwerkzaamheden
  • lawaaiige arbeidsmiddelen zoals veegmachine, bladblazer, kolkenzuiger enzovoorts
  • elektrische handgereedschappen zoals boormachine, schuurmachine enzovoorts

De werkgever is wettelijk verplicht om maatregelen te treffen om de blootstelling aan lawaai te voorkomen of te beperken. Deze verplichting geldt ook voor geluidhinder, dus als de dagelijkse geluidblootstelling de eerste actiewaarde niet overschrijdt. Bij overschrijding van de dagdosis is het nemen van maatregelen wettelijk verplicht. De te nemen maatregelen zijn niet branchespecifiek maar generiek, dus op iedere bedrijfstak van toepassing. Er zijn geen maatregelen specifiek voor de afvalsector op een enkele uitzondering na.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 11 november 2025, 10:46 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof in hallen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Van alle soorten stof is kwartsstof het meest schadelijk. Kwarts is siliciumdioxide [CAS-nummer 14808-60-7] en zit in zand en in de meeste natuurlijke gesteenten. Veel bouwmaterialen bevatten kwarts en het zit dus ook in puin en bouw- en sloopafval (BSA). Kwartsstof kan vrijkomen bij de overslag, de opslag en het sorteren van bouw- en sloopafval. We noemen materiaal kwartshoudend als het voor meer dan 1% kwarts bevat. Het kwartsgehalte verschilt per soort (natuur)steen of samengesteld bouwmateriaal. Voorbeelden van materialen met een hoog kwartsgehalte zijn zandsteen (50%-90%), kalkzandsteen (30%-83%), beton en specie (25%-70%), cellenbeton (12%-44%), betonsteen (23%-40%) en baksteen (tot 30%). Hoe hoger het kwartsgehalte van het materiaal, hoe meer kwartsstof vrij kan komen.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand, de overslag van afval, het vegen van vloeren en bij de mechanische bewerking zoals het sorteren en breken van bouw- en sloopafval en puin.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet te realiseren. Toch zijn er methoden om de blootstelling aan kwartsstof te minimaliseren. Een simpele maatregel in werkruimten is het vermijden van vegen van de vloeren. Het bevochten van het buitenterrein van bijvoorbeeld opslagen en stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding te vermijden, ook bij de latere verwerking in hallen. Bij het sorteren en het verwerken van bouw- en sloopafval is het bevochtigen van het materiaal een adequate maatregel.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 1 augustus 2025, 11:03 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
15 december 2026
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Teerhoudend asfalt

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Inspectie SZW heeft dit onderdeel goedgekeurd tot uiterlijk 15 december 2026.

In Nederland mag teerhoudend asfalt alleen thermisch worden gereinigd; andere vormen van bewerking en verwerking zijn niet toegestaan. Bij thermische reiniging worden de organische componenten (PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen) van het asfalt verbrand, waardoor het eindproduct bestaat uit zand en grind, steenslag en vulstof. De verwerkende bedrijven hanteren een procedure voor het accepteren van teerhoudend en ander (teervrij) asfalt. Bij de opslag van teerhoudend asfalt is geen stofblootstelling of blootstelling aan PAK; zie Opslaan van teerhoudend asfalt.

Thermische reiniging bestaat uit twee processtappen, te weten: 1) het breken van teerhoudend asfalt, en 2) het verwarmen van het gebroken materiaal in de gesloten reinigingsinstallatie, waarbij de vluchtige verbindingen (PAK) verbranden.

Thermische reiniging

Het breken van teerhoudend asfalt vindt plaats in de buitenlucht. Vóór het breken van teerhoudend asfalt is het verplicht om het materiaal vochtig te maken om stofvorming te voorkomen. Er is dus geen stofblootstelling van de medewerker. Ook is er geen blootstelling aan PAK, omdat PAK in teerhoudend asfalt vaste verbindingen zijn die tot een temperatuur van circa 30 °C niet vluchtig zijn en dus niet worden ingeademd. PAK zijn vluchtig vanaf ongeveer 60 °C en komen alleen vrij bij het verhitten van teerhoudend asfalt. Het verhitten gebeurt in een gesloten reinigingsinstallatie. Deze installatie bestaat uit een inputunit voor teerhoudend asfalt, een roterende trommel/verbrandingsinstallatie, een outputunit voor gereinigd materiaal en een rookgasreinigingsinstallatie met schoorsteen. Bij het thermisch reinigingsproces wordt met een krachtige afzuiging, een zogenaamde IDFAN, direct voor de schoorsteen lucht van buiten de verbrandingsinstallatie ingetrokken. Daardoor staat de complete reiniging op onderdruk en is er voor de medewerkers geen gevaar op blootstelling aan PAK. Het eindproduct is teervrij granulaat omdat alle PAK is verbrand.

Onderhoud

Bij het uitvoeren van onderhoud of reparatie aan de installatie is vanwege direct huidcontact wel blootstelling aan PAK mogelijk. De handelingen waarbij de kans op blootstelling aan PAK te verwachten is, dienen in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf te worden opgenomen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen onderhoud aan enerzijds de asfaltbreker en anderzijds de reinigingsinstallatie.

Bij het onderhoud aan de asfaltbreker dragen de medewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen, namelijk P3 adembescherming, beschermende werkkleding, werkhandschoenen en veiligheidsschoenen.

Op het ombouwen, onderhouden, repareren en reinigen is de maatregel Onderhouden en afstellen arbeidsmiddelen van toepassing.

Bij het onderhoud aan de reinigingsinstallatie wordt soms in de trommel van de thermische reinigingsinstallatie gewerkt. In dat geval geldt het onderdeel Werken in de trommel thermische reiniging, omdat het een besloten ruimte is.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Bij het verwerken van teerhoudend asfalt is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen

Alle technische maatregelen

  • Toepassen van gesloten systemen
  • Beperken stofverspreiding
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Opslaan teerhoudend asfalt
  • Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening

Alle organisatorische maatregelen

  • Onderhouden en afstellen arbeidsmiddelen
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Organiseren van bedrijfshulpverlening
  • Gebruiken werkkleding
  • Toepassen procedures - teerhoudend asfalt accepteren
  • In geval van onderhoud: Toepassen procedures - veiligstellen
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing. Dit is het geval tijdens onderhoudswerkzaamheden.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
  • Gebruiken veiligheidsschoeisel, handschoenen en veiligheidshelm
  • Bij werkzaamheden in de reinigingstrommel

  • zie risico Werken in de trommel thermische reiniging
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Zie ook risico Werken in trommel thermische reiniging
  • Zie digitaal boek met Euralcodes voor afvalstromen
  • Website van de SER over polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
  • Publicatie over BaP en PAH [benzo(a)pyreen en PAK], Gezondheidsraad, rapport nr. 2OO6/01OSH [waarin focus op koolteer uit het verbrandingsproces van steenkool] in het engels; PAH staat voor polycyclic aromatic hydrocarbons; Citation: Health Council of the Netherlands. BaP and PAH from coal-derived sources; Health-based calculated occupational cancer risk values of benzo[a]pyrene and unsubstituted non-heterocyclic polycyclic aromatic hydrocarbons from coal-derived sources. The Hague: ISBN 90-5549-588-3
Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:42 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME bij laden en lossen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In veel bedrijven worden in een loods, magazijn, op- of overslaghal goederen geladen en gelost. De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig rijdt naar binnen en wordt daar geparkeerd. Na het lossen en laden rijdt de bestelwagen, de vrachtwagen of ander voertuig weer naar buiten.

Tijdens het lossen en laden is de diesel aangedreven motor:

  • uitgeschakeld: de dieselmotor draait alleen tijdens het naar binnen en buiten rijden van het voertuig, of
  • stationair draaiend: het gebruik van een diesel aangedreven motor is nodig tijdens het laden en lossen in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods of op- of overslaghal.

In een aantal situaties treedt een piekbelasting op, omdat in een korte tijd (maximaal ½ tot 1 uur) de meeste bestelwagens, vrachtwagens en andere voertuigen naar binnen en naar buiten rijden. Indien er sprake is van een koude start geeft dit extra DME uitstoot.

Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • Het voertuig lost zelf buiten de omsloten ruimte, waarna op andere wijze (bijvoorbeeld met een elektrische heftruck) de goederen naar het magazijn, loods, op-, of overslaghal worden verplaatst.
  • Het verladen van goederen vindt plaats aan een dockshelter, waarbij de vrachtwagen, de bestelwagen of ander voertuig in de buitenlucht blijft.
  • Opslag van goederen en afvalstoffen vindt in de buitenlucht plaats.
  • De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig is voorzien van een gasaandrijving met uitlaatkatalysator.
  • Het laden en lossen gebeurt niet met een diesel aangedreven motor maar bijvoorbeeld met een elektrische heftruck of een ander elektrisch aangedreven laad- en loshulpmiddel.
  • De voertuiggebonden diesel aangedreven applicaties worden tijdens het verblijf in de omsloten ruimte elektrisch aangedreven, zoals een aansluiting op krachtstroom.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • De bestelwagens en vrachtwagens zijn voorzien van een Euro 4, 5 of EEV-motor.
  • De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Situatie 3

  • De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • Indien de dieselmotor alleen wordt gebruikt om de omsloten ruimte in en uit te rijden, terwijl de motor uitgeschakeld is tijdens het laden en lossen:
    • verminderen DME van rijdend voertuig
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • Bij stationair draaiende dieselmotor tijdens laden en lossen:
    • verminderen DME van stationair draaiende motor
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Zie voor het gebruik van een dieselmotoren in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME in een hal
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.

Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Laatst gewijzigd op: 2 juli 2025, 10:38 uur -- Afvalbranche
Geldig tot: 
1 juli 2027
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME in een hal

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In hallen zoals de composteerhal, de brekerhal, de sorteerhal en de opslag- en overslaghal worden shovels en kranen gebruikt waardoor er blootstelling aan dieselmotoremissie voorkomt. Op de dieselaangedreven motoren van vrachtwagens bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is DME bij laden en lossen van toepassing.

De werkgever moet dieselaangedreven arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn, namelijk elektrisch aangedreven:

  • transportbanden
  • palletwagens
  • hoogwerkers
  • compressoren
  • graafmachines tot in elk geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
  • aggregaten

Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.

[Bron: Basisinspectiemodule Dieselmotoremissie, Inspectie SZW, juli 2020]

Composteerhal

In veel composteerbedrijven worden in een hal organische afvalstoffen gecomposteerd. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het gft-afval op de juiste plaats brengen, de composteerinstallatie te voeden en compost weer af te voeren. Een probleem bij de metingen van DME in composteerinstallaties is de verstoring van de metingen van elementair koolstof (EC) door de in compost aanwezige organische en elementaire koolstof, hetgeen blijkt uit diverse onderzoeken.

Brekerhal

Bij een beperkt aantal bedrijven wordt puin inpandig gebroken. De brekerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de brekerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van het puin en het recyclinggranulaat worden shovels gebruikt. Shovels wordt gebruikt om de brekerinstallatie te voeden en de afvoer van recyclinggranulaat te verzorgen.

Sorteerhal

In veel bedrijven worden in een sorteerhal afvalstoffen gesorteerd. De sorteerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de sorteerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het afval op de juiste plaatst brengen, de sorteerinstallatie te voeden en gesorteerde monostromen weer af te voeren. Kranen worden gebruikt om afvalstoffen te sorteren en de sorteerinstallatie te voeden.

Op- en overslaghal

In overslaghallen worden bijvoorbeeld de gestorte afvalstoffen met behulp van shovels en sorteerkranen overgeslagen in containers of vrachtauto’s. De shovels zijn vaak niet alleen gebonden aan de overslaghal, maar rijden ook elders op het terrein. De sorteerkranen werken voornamelijk in de overslaghal en verplaatsen zich over korte afstanden tussen de sorteervakken.

Op het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is van toepassing: DME bij laden en lossen.

Beschrijving van het risico 

In omsloten ruimten zoals de hallen van brekerinstallaties, sorteerinstallaites, composteerinstallaties en overslaghallen gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

De afvalstoffen worden rechtstreeks in de containers voor aftransport gestort of de afvalstoffen worden met behulp van een elektrisch aangedreven sorteer- of portaalkraan overgeslagen of een krachtstroom aangedreven brekerinstallatie, sorteerinstallatie of composteerinstallatie.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel en sorteerkraan zijn voorzien van een Stage 3b of een Tier 4 motor.
  • De shovel en sorteerkraan met een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zijn voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze langer dan 15 minuten per dag worden gebruikt
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Situatie 3

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel of sorteerkraan heeft een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen voor activiteit E (werken met shovels en sorteerkranen in op- en overslaghallen) en activiteit K (gebruik van dieselaangedreven shovel tijdens het breken van puin in een brekerhal):

  • treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Maatregelen voor activiteit L (gebruik van dieselmotor tijdens sorteren van afval in een sorteerhal) en activiteit M (gebruik van dieselmotor in een composteerhal):

  • beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Zie voor het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME bij laden en lossen
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.
Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid