Arbocatalogus Afvalbranche

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 23:09 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 2500-, 3000- en 5000-liter rolcontainers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring. Afhankelijk van de belading kan het gewicht van een rolcontainer van 2500 liter en groter, aanzienlijk zijn. Hoe zwaar een container precies wordt, is moeilijk te bepalen. Indien bij de plaatsing van een dergelijke container niet goed op de omgevingsfactoren wordt gelet, kunnen medewerkers bij het ledigen van de container overmatig worden belast. Als de medewerkers bijvoorbeeld een volle 3000 liter container over een klinkerstraatje moeten duwen, dan houdt dat in dat zij daarbij een behoorlijke krachtinspanning moeten leveren. Dit moet altijd worden voorkomen. Bij omgevingsfactoren moet gedacht worden aan:

  • de ondergrond waar de container op geplaatst wordt 
  • de ondergrond van de route naar de kraakperswagen
  • hellingen waar de rolcontainer tegen op of vanaf moet worden gereden
  • drempels waar de rolcontainer overheen gereden moeten worden
  • richels waar de rolcontainer in kan blijven steken
  • bochten in het traject van de plek waar de rolcontainer staat naar de kraakperswagen
  • bewegingsruimte om de rolcontainer heen

Ook kan tevoren rekening worden gehouden met het soort afval dat in de container wordt gedaan.

Om te kunnen blijven voldoen aan de huidige wet- en regelgeving (richtlijnen) dient bij de plaatsing van een rolcontainer rekening te worden gehouden met het feit dat deze zonder overmatige fysieke belasting geledigd moet kunnen worden. Om discussies achteraf te voorkomen over wat wel en wat niet valt onder onjuiste plaatsing of overmatige fysieke belasting zijn ondermeer afspraken met ontdoeners nodig om voornoemde risico’s zoveel als mogelijk te voorkomen.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 23:07 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers bedrijfsafval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:22 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Oplosmiddelhoudend afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij verwerkers van gevaarlijke afvalstoffen worden oplosmiddelhoudende afvalstoffen aangeboden. De oplosmiddelen worden dan onder andere gescheiden van andere afvalstromen en opgebulkt. Oplosmiddelen zijn vluchtig waardoor deze snel in de lucht vrij kunnen komen bijvoorbeeld bij het overgieten uit de verpakking of het verpompen zonder de juiste voorzieningen. Blootstelling aan oplosmiddelen heeft effecten zoals huidaandoeningen, vergiftiging en aantasting van het zenuwstelsel; blijvende beschadiging van het zenuwstelsel wordt OPS genoemd, het organo-psycho-syndroom. Een ander gevaar van dampen van oplosmiddelen is de brandbaarheid en de kans op explosie.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 16 december 2025, 13:21 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Gevaarlijk afval (algemeen)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Inzamelen

Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij bedrijven opgeslagen in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen bijvoorbeeld PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Ook bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Milieustraat / KCA depot

Gevaarlijke afvalstoffen behoren in het KCA/KGA depot opgeslagen te zijn in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen, met name PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Het afval moet uit de opslag in het transportvoertuig geladen worden. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Bewerken

Afhankelijk van de be-/verwerker worden afvalstoffen op de locatie uit de verpakkingen gehaald of verpompt. Bij een aantal processen worden ze nog verwarmd. Bij al deze processen is het mogelijk dat gevaarlijke stoffen vrijkomen waar de medewerkers aan worden blootgesteld.

Gevaarlijk afval wordt op diverse manieren bewerkt. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • destillatie
  • chemische/fysische scheiding
  • opbulken
  • overpakken naar grotere of kleinere verpakking
  • drogen, persen, centrifugeren en dergelijke
  • verkleinen door middel van shredder

Storten

Aangeboden stortmateriaal moet voldoen aan acceptatiecriteria. Daarover worden in het algemeen voorafgaand aan aanvoer op de stortplaats afspraken gemaakt. Echter, in het aanbod kan altijd sprake zijn van onverwachte zaken die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of risico’s met zich mee kunnen brengen. Hierbij gaat het voornamelijk om gevaarlijke stoffen, stofvorming en gassen en dampen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Laatst gewijzigd op: 15 december 2025, 13:57 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Biologisch actief stof (I)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van huishoudelijk afval en bedrijfsafval komen medewerkers mogelijk in contact met biologisch actief stof. De werkgever moet maatregelen nemen om blootstelling aan biologisch actief stof te voorkomen of te beperken indien de blootstelling eraan te hoog is. Bij de afvalinzameling is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van stof is ondermeer afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

De volgende ziekteverwekkende micro-organismen zijn in ingezameld afval te verwachten: Campylobacter, Salmonella, Toxocara canis, Toxoplasma Gondii, de schimmelssoorten Penicillium en Aspergillus, Yersina, Tetanus en micro-organismen uit menselijke faeces, luiers, dierlijk weefsel, dierlijke bijproducten, uitwerpselen van huisdieren, groentenresten, fruitafval, tuinafval, voedselresten en dergelijke en uiteraard micro-organismen die behoren tot de productieprocessen van een afvalontdoener.

Functies met blootstelling

De momenten waarop medewerkers tijdens de inzameling worden blootgesteld aan biologisch actief stof zijn:

  • Contact met vuile handen tijdens eten, drinken en roken
  • Het controleren van containers op inhoud
  • Het legen van de containers in de hopperbak
  • Het samenpersen van het afval, waarbij afval (stof) kan wegspringen doordat een vuilniszak open springt
  • Het lossen van afval bij de verwerker waar in de storthal een stoffige atmosfeer aanwezig kan zijn
  • Het wassen van het voertuig, waarbij de waternevel voor verspreiding in de lucht zorgt
  • Contact met het percolaatwater
  • Incidenten met afval, zoals snijden aan glas en scherpe voorwerpen, prikken aan naalden en spijkers en het krijgen van vuil (stof) in de ogen

Vuilniszakken, minicontainers, rolcontainers en de hele vuilniswagen zitten vol met stof en micro-organismen, alleen is de blootstelling afhankelijk of de ontvanger met het vocht, stof of vuil in aanraking komt. Uit onderzoek blijkt dat de belader de hoogste blootstelling ondervindt, gevolgd door de chauffeur/belader die rouleert; een medewerker die alleen chauffeert zonder te beladen ondervindt de laagste blootstelling. De blootstelling van beladers is de afgelopen jaren afgenomen als gevolg van de toegenomen mechanisering. Al in de jaren negentig was er bij de afvalinzameling geen noodzaak tot het nauwkeurig monitoren van de stofblootstelling. Desondanks dient stofblootstelling uiteraard zoveel mogelijk te worden vermeden.

Gezondheidseffecten

De blootstelling van medewerkers is met name via inademing van stof en in veel mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een ruimte vanwege de vermenging met schone lucht.

Een laatste opmerking:
Vanwege de tegelijkertijd aanwezige hoge concentratie stof waar afvalinzamelaars aan blootstaan, is de oorsprong van eventuele klachten van de ademhalingswegen vaak niet goed te achterhalen. Echter: aangenomen mag worden dat blootstelling aan schimmels en bacteriën hierbij een rol speelt (Bron: AI-blad-9 - Biologische agentia, bijlage 2, par. 2.7.1 Algemeen).

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen zichtkleding door afvalbeladers
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Aandachtspunt bij het ontwerpen van inzamelsystemen:

  • Vermijden van stof aan de bron

Indien van toepassing:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 15 december 2025, 12:33 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Biologisch actief stof (V)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Medewerkers werkzaam in de afvalverbranding komen met name tijdens het werk in en rond de afvalstoffenbunker, in aanraking met biologisch actief stof. Bij het verbrandingsproces is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van biologisch actief stof is afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

Na de verbranding in de AEC, BEC of SVI is geen blootstelling aan micro-organismen te verwachten met uitzondering van het verhelpen van procesverstoringen op het verbrandingsrooster, de ontslakker en in de slakkenbunker wanneer afval onvolledig verbrand is.

Functies met blootstelling

De momenten waarop medewerkers van verbrandingsinstallaties worden blootgesteld aan biologisch actief stof zijn:

  • operator installatie reststoffen verwerking
  • schoonmaakpersoneel
  • onderhoudspersoneel
  • wachtchef installatie

Gezondheidseffecten

Medewerkers worden met name via inademing van stof en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een bunker vanwege de vermenging met schone lucht.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Bij blootstelling tijdens het werken met reststoffen:

  • zie voor aanvullende maatregelen bij het risico Reststoffen

Bij betreding van een hal:

  • toepassen procedures voor veiligstellen en werkwijze bij ketelrevisie
  • indien in het composteerbedrijf voorschreven: toepassen werkvergunning

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals kranen, shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Indien persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn om de blootstelling voldoende te beheersen conform de richtlijn adembescherming bij bioconversie van gft-afval

  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 15 december 2025, 12:31 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Biologisch actief stof (B)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het bewerken van huishoudelijk en bedrijfsafval komen medewerkers in contact met biologisch actief stof, vooral bij het verwerken van swill (restaurantafval), het handmatig sorteren van afval, en ook bij het storten, verkleinen, zeven en overslaan van afval. De werkgever moet maatregelen nemen om blootstelling aan biologisch actief stof te voorkomen of te beperken indien de blootstelling eraan te hoog is. Bij de afvalbewerking is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van stof is ondermeer afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof. De volgende ziekteverwekkende micro-organismen zijn in afval te verwachten: Campylobacter, Salmonella, Toxocara canis, Toxoplasma Gondii, de schimmelssoorten Penicillium en Aspergillus, Yersina, Tetanus en micro-organismen uit dierlijk weefsel, dierlijke bijproducten, dierlijke faeces van huisdieren, groentenresten, fruitafval, tuinafval, voedselresten en dergelijke en uiteraard micro-organismen die behoren tot de productieprocessen van een afvalontdoener.

Handelingen met blootstelling

Verschillende afvaltypen worden gescheiden ingezameld zoals klein chemisch of gevaarlijk afval en organisch afval, blik- en glasafval en oud papier. Elk type afval kan bij de verwerking ervan specifieke gezondheidsrisico’s meebrengen ten aanzien van endotoxinen en micro-organismen die zich in specifieke afvalstromen bevinden (onderstaande afvalstromen zijn mede gebaseerd op: bijlage 2 van AI-blad-9 Biologische agentia):

  • Plastic, Metaal en Drankkartons (PMD)
    Uit gescheiden inzameling van PMD of nascheiding met een sorteerinstallatie voor verpakkingsmateriaal ontstaan verschillende fracties verpakkingsmateriaal zoals kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons. Bij het handmatig behanden van deze afvalfracties in sorteerinstallaties is het belangrijkste risico het oplopen van een infectie door snij- of prikverwondingen. De bron van biologische agentia in dit materiaal zijn de hoge concentraties schimmels, bacteriën, endotoxinen en stof die in drank- en voedselresten ontstaan.
  • Glas en blik
    Glasafval wordt (handmatig) gesorteerd op kleur. Papier van blikken wordt handmatig verwijderd. Het belangrijkste risico voor verwerkers van glas- en blikafval lijkt infectie van bij het werk opgelopen snijwonden te zijn. Van infecties zijn voedselresten de belangrijkste bron.
  • Oud papier
    Bevuild papier en karton kunnen hoge concentraties micro-organismen bevatten, met name Gram-negatieve bacteriën waarbij blootstelling aan endotoxinen relevant is.
  • Restafval
    De belangrijkste bronnen van micro-organismen zijn wegwerpluiers, faecaliën van huisdieren (honden en katten) en voedselresten die zijn achtergebleven in verpakkingsmateriaal. Dit kan resulteren in hoge concentraties schimmels, bacteriën, endotoxinen en stof naast de potentiële aanwezigheid van injectienaalden en andere scherpe voorwerpen met kans op prikaccidenten.
  • Afval van dierlijke herkomst (destructiebedrijven)
    Werknemers die betrokken zijn bij het transport en de overslag van kadavers kunnen worden blootgesteld aan diverse ziekteverwekkers zoals miltvuur, brucellose, Q-koorts, vlekziekte, streptokokkenmeningitis, maagdarmklachten als gevolg van besmetting met darmpathogenen en ringworm, maar direct contact met de kadavers wordt effectief beheerst door mechanisatie van de werkzaamheden.
  • Ziekenhuisafval met humaan materiaal
    Blootstelling aan ziekenhuisafval met menselijk materiaal dat bijvoorbeeld bij operaties verwijderd weefsel, humane celkweken, met bloed gecontamineerde injectiespuiten, gebruikt verband en dergelijke is niet te verwachten omdat dit afval in lekvrije vaten naar een speciale verwerkingsinstallatie voor ziekenhuisafval wordt getransporteerd.

Functies met blootstelling

De momenten waarop tijdens de bewerking blootstelling aan biologisch actief stof kan plaatsvinden zijn:

  • bij storten van afval op de verwerkingslocatie
  • rondom specifieke machines waaronder verkleiners, luchtscheiders en zeven
  • aerosolvorming bij verneveling van water om stofverspreiding te voorkomen
  • verlading van eindproducten in containers en vrachtwagens
  • acceptant bij controleren van en monstername uit aangevoerde vracht afval
  • medewerker buitenterrein langdurige blootstelling
  • shovelmachinist, kraanmachinist bij incidentele, kortdurende handelingen buiten de cabine
  • operator schredder zonder cabine langdurige blootstelling
  • handmatig sorteerder van diverse afvalstromen
  • handpicking sorteerband zonder cabine langdurige blootstelling, die hoog is bij het verwerken van bouw- en sloopafval
  • uitblazen en vervanging van stoffilters van arbeidsmiddelen en installaties
  • onderhoudspersoneel van arbeidsmiddelen en voertuigen en installaties waaronder afzuiginstallaties en stoffilters in hallen
  • analist monster van aangevoerd afval

Tevens is (secundaire) blootstelling mogelijk bij het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding, onzorgvuldig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, onvoldoende onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen, niet ontsmetten of reinigen van werkkleding, bij verplaatsen van vervuilde werkkleding naar schone ruimtes, contact met andere medewerkers en dergelijke.

Gezondheidseffecten

De blootstelling van medewerkers is met name via inademing van stof en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij een neerwaarts gerichte luchtstroom (zogenoemde down-flow ventilatie) en bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een hal vanwege de vermenging met schone lucht.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Ventileren van hallen
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Bij handmatig sorteren van afvalstromen:

  • toepassen van sorteercabine

Indien direct contact met afval mogelijk is:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Indien persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn om de blootstelling voldoende te beheersen:

  • Gebruiken adembeschermingstofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

Indien van toepassing:

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 15 december 2025, 12:30 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Biologisch actief stof (C)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het composteringsproces van gft-afval en groenafval komen medewerkers in contact met biologisch actief stof. Dit geldt voor alle werknemers in composteerbedrijven, inclusief de ambulante productiefuncties zoals operator, algemeen medewerker, schoonmaker en onderhoudsmedewerker en ook medewerkers op kantoorafdelingen daar waar lucht uit de composteerhal binnendringt. Bij de compostering is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden. De mate van blootstelling is het grootst bij gft-compostering waar gft-afval inpandig in een hal onder hoge temperaturen in compost omgezet wordt. Het risico speelt aanzienlijk minder bij groencompostering op terreinen in de openlucht en blijft verder buiten beschouwing.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van biologisch actief stof is afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan biologisch actief stof te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

De belangrijkste bronnen van micro-organismen in composteerbaar afval, ook wel aangeduid als gft-afval (groente-, fruit- en tuinafval) of gfe-afval (groente- en fruitafval en etensresten), zijn voedselresten en dierlijke fecaliën, meestal afkomstig van honden en katten. Dit betekent dat blootstelling aan bepaalde zoönotische agentia (bacteriën met een dierlijke oorsprong) mogelijk is bijvoorbeeld Toxoplasma gondii, Toxocara canis en Yersinia spp. De concentratie van dergelijke organismen is meestal echter niet hoog genoeg om ziekte te veroorzaken.
Ook blootstelling aan (sporen van) bepaalde schimmels (Penicillium spp. en Aspergillus fumigatus) van rottend en schimmelend materiaal komt voor. Door stijging van de temperatuur van het gft-materiaal tijdens het composteringsproces neemt de concentratie van bacteriën (thermofiele Actinomyceten) en schimmels aanmerkelijk toe. De variatie aan bacteriën is gigantisch. Met name als het composteringsproces in een hal plaatsvindt, kunnen grote gezondheidsrisico’s optreden als handelingen met het materiaal zonder beschermende maatregelen worden uitgevoerd zoals het omzetten van het gft-afval (bron: AI-blad-9 - Biologische agentia, bijlage 2, paragaaf 2.7.2).

Naast bovenvermelde micro-organismen zijn mogelijke biologische ziekteverwekkers E. coli en andere pathogene darmbacteriën, Clostridium tetani, Toxoplasma en andere parasieten, Hantavirus, Hepatitis A, Hepatitis B en andere pathogene virussen. Naast de blootstelling aan micro-organismen zijn endotoxinen (resten van dode bacteriën) in zowel gft-afval als compost een belangrijke risicocomponent.

Functies met blootstelling

Er is blootstelling op werkplekken waar gft-afval en groenafval wordt gestort of overgestort, verkleind en/of gehakseld en gezeefd. De momenten waarop tijdens het composteerproces blootstelling aan biologisch actief stof kan plaatsvinden zijn:

  • bij storten van gft-afval en groenafval op de verwerkingslocatie
  • rondom specifieke machines waaronder verkleiners, luchtscheiders en zeven
  • aersolvorming bij verneveling van water om stofverspreiding te voorkomen
  • verlading van compost in containers en vrachtwagens
  • acceptant bij controleren en monstername van aangevoerd gft-afval en groenafval
  • machinist ontvangst gft
  • productiemedewerker voorbewerking
  • machinist composteerhal
  • productiemedewerker nabewerking
  • chauffeur shovel/bobcat
  • wachtchef
  • uitblazen en vervanging van stoffilters van arbeidsmiddelen en installaties
  • onderhoudspersoneel van arbeidsmiddelen en voertuigen en installaties waaronder afzuiginstallaties en stoffilters in hallen
  • analist monster van aangevoerd gft-afval

Tevens is (secundaire) blootstelling mogelijk bij het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding, onzorgvuldig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, onvoldoende onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen, niet ontsmetten of reinigen van werkkleding, bij verplaatsen van vervuilde werkkleding naar schone ruimtes, contact met andere medewerkers en dergelijke.

Vergaande mechanisatie van de bedrijfsprocessen zorgt ervoor dat werknemers in kleinere aantallen en gedurende een kortere tijd bij het gft-afval aanwezig zijn.

Daarnaast worden medewerkers in kantoorfuncties blootgesteld indien lucht vanuit een naastgelegen composteerhal de kantoorruimten kan binnendringen.

Gezondheidseffecten

Medewerkers van composteerbedrijven worden met name via inademing van stof blootgesteld en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij groencompostering in de buitenlucht vanwege vermenging met schone lucht lager dan bij het composteringsproces in een hal.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Voor naast een composteerinstallatie gelegen kantoren met medewerkers met een administratieve functie:

  • Filteren toevoerlucht kantoorruimte composteerbedrijven

Bij betreding van de composteerhal:

  • toepassen procedures voor veilig betreden van, gas meten in en spoelen van een composteerhal
  • toepassen procedures bij het uitvoeren van groot onderhoud in de composteerhal
  • indien in het composteerbedrijf voorschreven: toepassen werkvergunning

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Indien direct contact met afval mogelijk is:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk om de stofblootstelling onder 1 mg/m³ (tijdgewogen gemiddelde via persoonlijke monstername bepaald) te houden conform de richtlijn adembescherming bij bioconversie van gft-afval

  • Gebruiken adembeschermingstofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden: Factsheet Maatregelen bloembollenafval met azolen – verwerking
  • Zie ook de passage Levensvatbare micro-organismen bij gft-compostering uit RI&E Biologische agentia bij gft-verwerking
  • Voorbeelden van werkzaamheden met kans op blootstelling aan biologische agentia zijn het werken met (organisch) afval (inzameling en handling van met name GFT-afval), met watervernevelende installaties (slecht beheer de installatie kan leiden tot legionellagroei) ...
  • Gezondheidsraad. 2010. Dossier Endotoxinen; Health Based Recommended Occupational Exposure Limit
Laatst gewijzigd op: 12 december 2025, 15:50 uur -- Afvalbranche
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Slecht verlichte werkplekken

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

De Stichting Arbocatalogus Afvalbranche heeft dit onderdeel met positieve toetsing uit 2011 op 19 november 2025 ter hertoetsing aangeboden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Beschrijving van het risico 

Om goed te functioneren heeft de werknemer een optimale hoeveelheid licht nodig: niet te veel en niet te weinig. Bij te weinig licht spant men de ogen meer in en kan men minder nauwkeurig werken. Slechte verlichting is dan ook vaak een oorzaak van hoofdpijn, oververmoeidheid en brandende ogen, en fouten.

Werken met daglicht zorgt dat we ons prettiger voelen en ’s nachts beter slapen. Goed licht op het werk is essentieel om het werk goed uit te kunnen voeren. Werken bij daglicht werkt het prettigste. Toch zijn er bedrijven waar weinig tot geen daglichttoetreding is. Daar is men (voor een deel) aangewezen op kunstlicht. De hoeveelheid licht die nodig is hangt af van de werkzaamheden en ook van de leeftijd van de medewerkers. Om het product goed te kunnen beoordelen op kwaliteit, is voldoende licht en een goede lichtkleur belangrijk. Door ongunstige lichtomstandigheden kunnen vermoeidheid, en gezondheidsklachten optreden. Het heeft ook invloed op het welbevinden en het kan onveilige situaties met zich meebrengen. Daglicht, de verlichting en verdeling van het licht over een werkplek met zijn omgeving heeft een grote invloed op hoe snel, veilig en comfortabel een werknemer een taak kan uitvoeren.

Wet en regelgeving 
Laatst gewijzigd op: 9 december 2025, 10:42 uur -- Afvalbranche
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Asbesthoudend afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Er zijn een aantal verschillende asbestmineralen waarvan de vezels onder te verdelen zijn in twee verschillende hoofdgroepen:

  • de spiraalvormige ofwel serpentijnachtige, te weten chrysotiel (wit asbest);
  • de rechte ofwel amfibolen, waaronder crocidoliet (blauw asbest), amosiet (bruin asbest), en af en toe anthofylliet, tremoliet en actinoliet.

Asbest is in het verleden veel gebruikt voor zeer uiteenlopende toepassingen, bijvoorbeeld in gebouwen en woningen, vanwege de goede eigenschappen. Het is sterk, slijtvast en isolerend en bovendien goedkoop. Asbest is bestand tegen logen, zuren en hoge temperaturen.

Gezondheidsaspecten

Asbestvezels kunnen bij inademing diep in de longen doordringen en daar asbestziekten veroorzaken, namelijk asbestose (stoflongen), asbestpleuritis, longkanker, mesothelioom (zowel aan longvlies, buikvlies als hartzakje) en pleura verdikking. Asbestziekten kunnen zich pas tientallen jaren nadat de blootstelling aan asbestvezels heeft plaatsgevonden, openbaren en zijn niet of nauwelijks te genezen. In Nederland sterven jaarlijks naar schatting meer dan 700 mensen aan de asbestziekten veroorzaakt door blootstelling van tientallen jaren eerder, in elk geval langer dan 10 jaar geleden.

Asbest gelijkend materiaal is asbest

Asbest is er in veel verschillende verschijningsvormen, zelfs asbestspecialisten hebben bevestiging met een analyse van een materiaalmonster door een erkend laboratorium nodig om volledig zeker te zijn of iets asbesthoudend is of niet. Daarom wordt in de afvalbranche gesteld:

Alles wat op asbest lijkt, is asbest en moet dus als asbest worden verpakt en behandeld!

Normale bedrijfsvoering

Er is nooit blootstelling aan asbestvezels zolang asbesthoudend materiaal correct verpakt is.
Correcte verpakking is luchtdicht en van voldoende dikte en sterkte dat de verpakking niet kan scheuren. De afvalbranche is er alert op dat het verpakte asbest bestand is tegen verladen, lossen en storten in de afvalketen tot aan asbestcel van de deponie. Het asbesthoudende materiaal is luchtdicht verpakt en de verpakking heeft de voorgeschreven sticker 'Asbesthoudend'. De verpakkingsvoorschriften zijn opgenomen in de certificatienorm die geldt voor de afvalverwijderingsbedrijven en is gebaseerd op het Asbestverwijderingsbesluit voor de verwijdering van objecten dan wel het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de sloop van gebouwen.

Afvalinzamelbedrijven en afvalverwerkers mogen asbest alleen ontvangen, vervoeren en opslaan volgens de voorwaarden die in hun vergunning zijn opgenomen.

Asbestincidenten

Bij het inzamelen, inclusief de milieustraat, het verwerken en het storten van huishoudelijk- en bedrijfsafval bestaat de kans dat werknemers onverwacht in aanraking komen met asbesthoudend materiaal dat al dan niet onbedoeld in het huishoudelijk afval of bedrijfsafval terecht is gekomen. Medewerkers moeten weten hoe ze moeten omgaan met situaties waarin afval onverpakt wordt aangeleverd of waarin de verpakking kapot is. In geval van een incident met onverpakt of niet-correct verpakt asbest moet een instructie hoe te handelen aanwezig zijn zoals deze procedure asbestincident veilig afhandelen.

De grote lijn is dat afvalbedrijven asbestincidenten die in risicoklasse 1 vallen, met eigen goed geïnstrueerde werknemers mag afhandelen, waarbij adequate voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name:

  • het gebruiken van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen: vezeldichte overall (type 5/6 uit CE-categorie III), adembescherming met minimaal P3 filter, veiligheidsschoeisel S5, werkhandschoenen
  • het afzetten van het gebied met niet-correct verpakt asbest
  • het bevochtigen van het te verpakken materiaal
  • het correct verpakken en etiketteren van het materiaal

Storten asbesthoudende grond (bulk)

Er is een uitzondering op de regels voor het verpakken van asbesthoudende materialen: asbesthoudende grond mag los worden gestort. Vochtig houden om stofverspreiding te voorkomen geldt als maatregel voor grond die verontreinigd is met asbest; een percentage bodemvocht van 10% is voldoende om stofverspreiding tegen te gaan. Indien het droge stof gehalte meer dan 100 mg asbest per kilogram grond is, dan dient de maatregel Behandelen van asbesthoudende grond te worden gehanteerd.

Overige situaties

In overige situaties dient een gecertificeerde asbestinventariseerder (DIA) een asbestinventarisatierapport (bekend als SC-540 rapport) op te stellen. Op basis van de aanwijzingen in het asbestinventarisatierapport dient de opdrachtgever een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf (bekend als SC-530 bedrijf) de sanering te laten uitvoeren in geval er asbest in de risicoklasse 2/2A aanwezig is.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid